Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8.

Artikel 8.

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Duiven 2020

1.. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als er sprake is van een vervoersprobleem als gevolg van een beperking die de zelfredzaamheid en/of participatie van de inwoner ernstig benadeelt voor zover: de inwoner bepaalde reizen vanwege een beperking niet zelfstandig kan maken én deze reizen niet met gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van het sociale netwerk, of voorliggende voorzieningen gemaakt kunnen worden én de mogelijkheid tot participatie ernstig beperkt wordt door het vervoerprobleem. 2.. Gebruikelijke hulp betekent in relatie tot vervoer dat gezinsleden elkaar brengen en halen ongeacht reisdoel, andere verplichtingen, inkomen of andere omstandigheden. Dit geldt: voor ouders in relatie tot hun kinderen in alle omstandigheden en voor echtgenoten tenzij de echtgenoot: vanwege werk of opleiding niet beschikbaar is vanwege een beperking niet kan brengen of halen niet kan brengen en halen bij gebrek aan een passende vervoerwijze of vervoermiddel 3.. Hulp van mantelzorgers (niet zijnde gezinsleden) of het sociale netwerk is vrijwillige hulp. Feitelijk beschikbare hulp wordt meegewogen in de vaststelling van een vervoersprobleem. 4.. Een vervoersvoorziening is niet bedoeld voor vervoer naar werk of onderwijs. Verder zijn reizen, bestemmingen en reisdoelen uitgesloten waarbij de inwoner gebruik kan maken van eigen kracht of voorliggende voorzieningen. Dit betreft in ieder geval: Lopen en rollen, met gebruikelijke hulpmiddelen Vervoer met eigen vervoermiddelen, waaronder fiets, auto of scootmobiel Openbaar vervoer (met of zonder begeleiding) het incidenteel inzetten van een taxibedrijf, of gebruik maken van een deelauto, wanneer andere vervoerwijzen niet beschikbaar zijn. Vervoer naar dagbesteding of dagbehandeling op grond van de Wlz Vervoer naar jeugdhulp, of ander jeugdvervoer op grond van de Jeugdwet of de Wlz Vervoer naar medische behandeling, wanneer op grond van de Zorgverzekering recht op zittend ziekenvervoer bestaat Vervoer op grond van de Participatiewet, bijvoorbeeld naar sociale werkplaats of reïntegratie. Vervoer op grond van een andere publieke regeling Vervoer dat door een vrijwilligersorganisatie kan worden geleverd Vervoer dat door of vanuit de bestemming tegen een redelijk tarief kan worden geleverd Vervoer naar afspraken die ook digitaal kunnen plaatsvinden, zoals bepaalde consulten met de huisarts Vervoer dat kan worden vervangen door bezoek, dienstverlening of levering aan huis (bijv. boodschappen). NB: voor boodschappen wordt verwezen naar boodschappenservices die o.a. vanuit verschillende supermarkten worden aangeboden of (indien van toepassing) de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning. 5.. De voorziening kan worden uitgebreid met specifieke vervoerindicaties als die nodig zijn om passend vervoer te leveren. Vervoerindicaties zijn nadere invullingen van de voorziening. De inwoner kan bezwaar maken tegen het wel of niet toekennen van een vervoersindicatie. 6.. Een vervoersindicatie ‘medische begeleider verplicht’ geeft recht op het meenemen van een tweede reiziger die de inwoner tijdens de rit begeleidt, zonder dat hiervoor extra kosten verschuldigd zijn. De tweede reiziger mag niet zelf in een rolstoel of scootmobiel reizen. De inwoner met deze indicatie mag geen ritten maken zonder een begeleider. De indicatie kan door de gemeente worden afgegeven als voorwaarde voor toegang tot het vervoer, uit overwegingen van veiligheid. 7. . Een vervoersindicatie ‘sociaal begeleider’ geeft (alleen voor CVV) recht op het meenemen van een tweede reiziger tegen de helft van het tarief “OV-vervoer zonder ov-alternatief” van Avan. Deze indicatie is bedoeld voor inwoners die als gevolg van hun beperking soms wel en soms niet een begeleider nodig hebben. De gemeente volgt hierin de tarieven en voorwaarden die de BVO DRAN vaststelt voor de indicatie ‘sociaal begeleider’ van Avan. 8. . Een vervoersindicatie ‘individueel’ of ‘voorin zitten’ of ‘alleen personenauto’ wordt niet toegekend zonder een voorafgaande onafhankelijke medische verklaring. 9. . Het college controleert periodiek het gebruik van de voorziening op rechtmatigheid. Hierbij wordt o.a. gelet op het bezoek van bestemmingen die een aanwijzing kunnen geven dat voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn, zoals aan Wlz-instellingen. 10. . Als een inwoner gebruik maakt van een een scootmobiel of vergelijkbaar vervoermiddel, gelden de volgende regels: De inwoner mag de scootmobiel niet meenemen in het CVV, tenzij hiervoor een specifieke vervoersindicatie is afgegeven. De inwoner wordt geacht met gebruik van de scootmobiel in de helft van het structurele vervoersprobleem te kunnen voorzien en hierdoor wordt het kilometerbudget gehalveerd. 11. . Het enkele feit dat een inwoner door zijn beperking bij een bepaalde vervoerwijze (zoals lopen, fietsen, rijden op een scootmobiel of per openbaar vervoer) meer dan in een taxivoertuig last heeft van wind, regen, kou, zonlicht, allergenen, geluiden, drukte, of andere omstandigheden is geen grond om CVV toe te kennen. Een aantoonbare relatie met de beperking is vereist om op deze gronden voor CVV in aanmerking te komen. De inwoner wordt geacht : zich te kleden en anderszins voor te bereiden op voorzienbare omstandigheden en om weersvoorspellingen te volgen en de planning hierop aan te passen en om incidenteel een afspraak af te zeggen wanneer de omstandigheden geen andere mogelijkheid overlaten. 12. . Bij de uitvoering van het vervoer worden door de vervoerder in één voertuig de ritten van verschillende inwoners gebundeld. Inwoners kunnen in het voertuig andere inwoners tegenkomen die reizen op grond van andere regelingen, of vanuit andere gemeenten. 13. . Dit artikel is van toepassing op de voorzieningen zoals genoemd in artikel 8a en 9.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel