Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan op verzoek van de belanghebbende, dan wel ambtshalve, besluiten tot kwijtschelding van de nog openstaande restantvordering, als deze vordering niet is ontstaan door schending van de inlichtingenplicht. De voorwaarden hiervoor zijn: De belanghebbende heeft gedurende 3 jaar voorafgaand aan het verzoek volledig aan zijn betalingsverplichtingen voldaan; en De belanghebbende heeft tenminste 50% van de vordering betaald of alsnog 50% van de restsaldo wordt betaald; en De voortzetting van de aflossing van de vordering een onevenredige belasting vormt. 2.. Indien op het moment van het nemen van een besluit over kwijtschelding al meer is betaald dan hetgeen in lid 1 is genoemd, is het meerdere niet onverschuldigd betaald en vindt er geen verrekening plaats. 3.. Daarnaast kan van verdere invordering worden afgezien als de belanghebbende gedurende 5 jaar geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten. Het besluit hiertoe wordt slechts ambtshalve genomen. 4.. Het college kan de vordering buiten invordering stellen indien de belanghebbende is overleden, waarbij niet verhaald zal worden op de erven.

Rechtspraak bij dit artikel