Volgens het BBV vinden alle toevoegingen aan reserves plaats in het kader van de resultaatbestemming. Na het vaststellen van het resultaat voor bestemming verwerken we toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves om tot het uiteindelijke resultaat na bestemming te komen. Deze resultaatbestemming is daarmee een bevoegdheid van de raad. Alle stortingen in en
onttrekkingen aan de reserves vereisen dus de goedkeuring van de raad. Dit kan expliciet bij de resultaatbestemming in het kader van de rekening, vooraf bij de vaststelling van de begroting of bij begrotingswijziging.
De raad stelt de voorzieningen in, en besluit tot dotaties daarin, via de vaststelling van de clusters
(resultaatbepalende deel van de begroting/rekening). De raad heeft bij het vaststellen van
voorzieningen eigenlijk geen ruimte voor het maken van keuzes. Voorzieningen hebben namelijk een verplichtend karakter (artikel 44 BBV). De bevoegdheid voor het doen van onttrekkingen uit voorzieningen ligt bij het college. Het college legt hierover verantwoording af in de jaarrekening. In de tabel hieronder een korte samenvatting van deze beslissingsbevoegdheid.
Tabel 1. Beslissingsbevoegdheid
Besluit tot
Reserve
Voorziening
Instelling
Raad
Raad
Dotatie
Raad
Raad
Onttrekking
Raad
College
Wijziging bestemming
Raad
Niet mogelijk
3. Reserves
Reserves zijn vermogensbestanddelen die we rekenen tot het eigen vermogen en die (in principe) vrij te besteden zijn.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2.
Bevoegdheidsverdeling
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2020 gemeente Tynaarlo