Vorming van een voorziening en dotatie aan een voorziening ramen we in de begroting of effectueren we in de jaarrekening vóór vaststelling van het exploitatiesaldo.
De voeding van de voorzieningen vindt plaats via de exploitatie en vereist een besluit van de gemeenteraad (via de begroting of een wijziging daarop). De raad heeft echter bij het vaststellen van voorzieningen weinig ruimte voor het maken van keuzes, vanwege het verplichtende karakter van voorzieningen (artikel 44 BBV).
Een onttrekking vindt rechtstreeks ten laste van de voorziening plaats. De aanwending van een
(gedeelte van een) voorziening boeken we dus rechtstreeks ten laste van de voorziening en is daarmee geen last die via de exploitatie loopt. Een begrotingswijziging is om deze reden dan ook niet nodig. Het verloop van de voorzieningen lichten we in de begroting en jaarstukken toe.
Elke voorziening moet de omvang hebben van de desbetreffende verplichting of het desbetreffende
risico. Mutaties in voorzieningen vloeien daarom uitsluitend voort uit het aanpassen op grond van nieuwe inschattingen van de verplichting of het risico. Verhoging van een voorziening omdat de omvang ontoereikend is, geschiedt via een begrotingswijziging of bij het opstellen van de jaarrekening. Op het moment dat we de kans dat een risico zich zal voordoen of de omvang van het risico niet goed kunnen inschatten, treffen we geen voorziening. In dat geval maken we een risico-inschatting bij de bepaling van het aan te houden weerstandsvermogen. Ook op het moment dat we de omvang van de verplichting goed in kunnen schatten, treffen we geen voorziening, maar moeten we via de exploitatie dekking zoeken in de begroting of een (bestemmings)reserve instellen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.
Instellen, voeden en onttrekken
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2020 gemeente Tynaarlo