Naar hoofdinhoud
Op grond van de ‘Subsidieregeling peuterprogramma Echt-Susteren 2020’ (verder; de subsidieregeling) kunnen kindercentra, zoals bedoeld in de Wet Kinderopvang, jaarlijks aanspraak maken op een subsidie voor het aanbieden van een peuterprogramma aan in de subsidieregeling nader genoemde categorieën peuters in de leeftijd van 2 en 3 jaar. Het aan te bieden peuterprogramma dient te voldoen aan de eisen van voorschoolse educatie, zoals nader geregeld in het ministeriële ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’. De kindercentra ontvangen in de regel een subsidie voor het aantal uren dat een peuter aan het peuterprogramma heeft deelgenomen, althans voor de uren waarbij de ouders geen aanspraak (kunnen) maken op kinderopvangtoeslag. De subsidie is afgeleid van het uurtarief kinderopvang-toeslag, zoals dat jaarlijks door de Belastingdienst wordt vastgesteld, verhoogd met een toeslag ter bekostiging van de additionele kosten die met de voorschoolse educatie en de organisatie ervan gemoeid zijn. Daarnaast wordt bij de berekening van de hoogte van de subsidie bij de opvang van peuters waarbij de ouders geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag rekening gehouden met een eigen financiële bijdrage van ouders. Met de ontvangen subsidie en ouderbijdrage kan het kindercentrum voorzien in voorschoolse educatie binnen de kaders van de wet. Jaarlijks controleert de GGD of de kindercentra voldoen aan de wettelijke eisen die aan de kinderopvang in het algemeen en aan de voorschool educatie in het bijzonder zijn gesteld en rapporteert de uitkomsten van dit onderzoek aan het college. Daarnaast vindt er een controle plaats van de rechtmatige besteding van de ontvangen subsidie. Hiervoor is in de subsidieregeling opgenomen dat wanneer de vast te stellen subsidie méér dan € 50.000 bedraagt, bij het verzoek tot subsidievaststelling: een controleverklaring dient te worden overlegd, zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, sub d. van de algemene subsidieverordening, óf een ‘rapport van feitelijke bevindingen’ omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden voorwaarden, opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door het college vast te stellen protocol. Het gaat daarbij om - middels een ‘Rapport van feitelijke bevindingen’ (bijlage 1) - steekproefs-gewijs voor een aantal peuters onder meer vast te stellen dat: de opgegeven duur en het aantal uren van deelname aan het peuterprogramma overeenkomt met de met de ouders vastgestelde overeenkomst, de noodzakelijke verklaringen aanwezig zijn; het juiste subsidietarief is gehanteerd; het juiste tarief van de ouderbijdrage is toegepast. In het geval dat de subsidie € 50.000 of minder bedraagt kan bij het verzoek tot het vaststellen van het subsidie worden volstaan met het overleggen van een bestedingsverklaring (bijlage 2) door het kindercentrum. Hier komt de accountant niet aan de pas.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel