Naar hoofdinhoud
1.. Indien de ontvanger van schuldhulpverlening niet of in onvoldoende mate aan de inlichtingenplicht en/of de medewerkingsplicht voldoet, kan het college besluiten om de verleende schuldhulpverlening in te trekken dan wel te beëindigen. 2.. Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien: de schuldenaar niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 1; op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren naar het oordeel van het college; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is naar het oordeel van het college; de inkomens- woon- of leefsituatie van verzoeker dermate onzeker is dat schuldhulpverlening (nog) niet mogelijk is; indien de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel