Kosten die voor subsidie in aanmerking komen dienen direct betrekking te hebben op de in artikel 3 genoemde activiteiten. Dit zijn organisatiekosten waaronder in elk geval:
programmeringskosten;
promotiekosten;
huur accommodatie voor de voorstelling, uitvoering of presentatie;
kosten voor noodzakelijke vergunningen;
(transport)kosten voor materialen voor de voorstelling, uitvoering of presentatie;
vrijwilligerswaardering tot een maximum van 5% van de verleende subsidie.
Artikel 7.