Naar hoofdinhoud
1.. De artikelen 13 tot en met 15 van de algemene subsidieverordening zijn niet op deze subsidieregeling van toepassing. 2.. De subsidievaststelling vindt plaats op aanvraag van de subsidieontvanger. 3.. De aanvraag tot vaststelling wordt ingediend bij het college uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft. 4.. De aanvraag tot vaststelling bevat: per kindercentrum een overzicht van peuters, onderverdeeld naar peuters ZKT, VVE-peuters ZKT en VVE-peuters MKT, met vermelding van: uniek registratienummer; cijfers postcode; woonplaats; geboortemaand en -jaar; datum VVE-indicatie GGD (alleen benodigd voor VVE-peuters); datum inkomensverklaring (alleen benodigd voor peuters ZKT en VVE-peuters ZKT); datum start deelname peuterprogramma; het aantal uren en weken opvang zoals met de ouder(s)/verzorger(s) overeenge-komen en (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma; over het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt vastgesteld; een overzicht waaruit de deelname aan netwerkbijeenkomsten, zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van deze subsidieregeling, blijkt; een jaarverslag met daarin per kindercentrum beschreven, de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het pedagogisch beleidsplan, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, sub b, van deze subsidieregeling, de daarbij getroffen maatregelen en de behaalde resultaten; wanneer de vast te stellen subsidie meer dan € 50.000 bedraagt: een controleverklaring overlegd, zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, sub d. van de algemene subsidieverordening, óf een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden voorwaarden, opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door het college vast te stellen protocol; wanneer de vast te stellen subsidie € 50.000 of minder bedraagt: een bestedingsverklaring, overeenkomstig een door het college vast te stellen protocol. 5.. Het college kan – naast de informatie en/of bescheiden als genoemd in het vierde lid – andere informatie en/of bescheiden verlangen, voor zover dat: voor een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling nodig is; nodig is voor het desgevraagd verstrekken van informatie aan overheidsinstellingen of daaraan verbonden inspectiediensten. 6.. Het college kan genoegen nemen met minder informatie en/of bescheiden dan genoemd in het vierde lid, voor zover dat redelijkerwijs een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling niet in de weg staat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel