**1..** Jeugdigen en ouders komen in aanmerking voor een individuele voorziening voor zover in het onderzoek wordt vastgesteld dat zij geen oplossing voor de hulpvraag kunnen vinden:
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;
het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten.
door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening, of;
door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening.
**2..** Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouders voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een individuele voorziening voor verstrekken:
als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
voor zover het college de noodzaak, passendheid van de individuele voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
**3..** De individuele voorziening als bedoeld in het tweede lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal drie maanden vóór de aanvraag.
**4..** Het college kan beleidsregels opstellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.1