In afwijking van het bepaalde in artikel 3 van deze verordening hebben geen recht op een individuele inkomenstoeslag personen die:
op de peildatum naar het oordeel van het college in het jaar voorafgaand aan het verzoek de arbeids- en activeringsverplichtingen van artikel 9 van de Wet verwijtbaar niet zijn nagekomen en een maatregel opgelegd hebben gekregen;
op de peildatum naar het oordeel van het college in het jaar voorafgaand aan het verzoek de verplichtingen van artikel 18a van de Wet verwijtbaar niet zijn nagekomen en een boete opgelegd hebben gekregen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 7.