**1..** De Kredietbank kan de volgende reserve en fondsen vormen:
een algemene reserve;
een risicofonds;
een rente-egalisatiefonds.
**2..** De Kredietbank kan eveneens een voorzieningenfonds vormen.
**3..** Het College stelt op voordracht van de directeur en de accountant het bedrag vast dat aan de reserve en afzonderlijke fondsen moet worden toegevoegd.
**4..** De directeur en de accountant hanteren bij de voordracht als bedoeld in lid 2 van dit artikel zo veel mogelijk de normen zoals deze gebruikelijk zijn voor andere financiële instellingen, in het bijzonder ten aanzien van banken.
**5..** Het verlies dat door de Kredietbank in enig jaar wordt geleden op de verstrekte kredieten, komt ten laste van het risicofonds.
**6..** Het exploitatieverlies dat door de Kredietbank in enig jaar wordt geleden, voor zover dit niet veroorzaakt is door onvoorziene renteontwikkelingen, komt ten laste van de algemene reserve.
**7..** Het verlies dat door de Kredietbank door niet voorziene renteontwikkelingen in enig jaar wordt geleden, komt ten laste van het rente-egalisatiefonds.
**8..** De Kredietbank draagt er zorg voor dat op 31 december van elk boekjaar het gezamenlijke saldo, van de in het eerste lid onder a genoemde reserve en de onder b en c genoemde fondsen, gelijk is aan of meer bedraagt dan 6 % van het per die datum vastgestelde balanstotaal.
**9..** De Kredietbank streeft er naar, dat het bedoelde gezamenlijke saldo in verhouding tot het balanstotaal in ieder geval gelijk is aan het percentage dat de Nederlandsche Bank NV als solvabiliteitscriterium hanteert voor de banken waarop prudentieel toezicht wordt uitgeoefend.
**10..** Op de bepalingen van comptabele aard zijn de Gemeentelijke Comptabiliteitswet en het Besluit begroting en verantwoording van overeenkomstige toepassing (
HOOFDSTUK VI
Artikel 53