Naar hoofdinhoud
1.. Het college hanteert een drempelbedrag ad € 60,-- per 12 maanden per kalenderjaar. Het college hanteert deze bij belanghebbenden met een inkomen uit bijstand op grond van de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ en /of de Bbz 2004, met uitzondering van ZZP-ers met schulden, AOW gerechtigden en zgn. werkende armen. Het drempelbedrag geldt eveneens niet voor belanghebbenden die vanwege hun arbeidsbeperking en/of multiproblematiek naar het oordeel van het college niet in staat zijn tot zelfstandige inkomensverbetering. 2.. Bij de vaststelling van de hoogte van het bedrag aan bijzondere bijstand wordt gekozen voor de goedkoopste en passende oplossing 3.. Bij het vaststellen van het bedrag van de bijzondere noodzakelijke kosten wordt aangesloten bij normbedragen zoals opgenomen in de gemeentelijke Financiële Uitvoeringsrichtlijnen. 4.. Indien het bedrag niet is opgenomen in de gemeentelijke Financiële Uitvoeringsrichtlijnen gelden de bedragen van de prijzengids van Nibud tot 70% als maximale bedragen. 5.. Op de verstrekking van de bijzondere noodzakelijke kosten, worden altijd de kosten die voor een ieder algemeen gebruikelijk zijn, in mindering gebracht. 6.. De individuele inkomenstoeslag van artikel 36 van de wet, de individuele studietoeslag van artikel 36b van de wet en de seniorentoeslag van artikel 21 van deze beleidsregels, worden bij de beoordeling van de bijzondere noodzaak en de hoogte van de bijzondere bijstand buiten beschouwing gelaten.

Rechtspraak bij dit artikel