**1..** Indien belanghebbende niet beschikt over voldoende middelen zoals vermeld in artikel 35 van de wet, is voor individuele bijzondere kosten de toegang gesteld op een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm.
**2..** In afwijking van het eerste lid is de toegang voor de minimaregelingen gesteld op een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm met inachtneming van de vermogensvrijlating in artikel 34 lid 2 van de wet.
**3..** In afwijking van het eerste lid is de toegang voor pensioengerechtigden gesteld op een maandinkomen tot 110% van de geldende AOW-norm en geen vermogen hebben boven de voor hen in artikel 34 derde lid, van de wet genoemde vermogensgrens.
**4..** In afwijking van het eerste lid en onverminderd hetgeen in artikel 12 van de wet is bepaald, is de toegang voor de toeslag aanvulling levensonderhoud jongeren 18 tot en met 20 jaar gesteld op 110% van de bijstandsnorm. Bovendien worden op deze bijzondere bijstand inkomsten in mindering gebracht. Het vermogen boven de vermogensgrens op grond van artikel 34 lid 3 van de wet wordt in zijn geheel in aanmerking genomen als draagkracht.
**5..** In afwijking van het eerste lid is de toegang voor personen met een inrichtingsnorm gesteld op een inkomen tot maximum 35% van de bijstandsnorm.