De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen worden beoordeeld op grond van de maatschappelijke waarde. We hanteren hierbij de publieke waardendriehoek:
legitimiteit (mag het?);
betrokkenheid (is er draagvlak?);
rendement (wat levert het op?).
Vergelijking van de subsidieaanvragen gebeurt tussen aanvragen binnen eenzelfde categorie zoals beschreven in artikel 5 (a t/m d). Om de maatschappelijke waarde te kunnen beoordelen worden de aanvragen op basis van de volgende criteria beoordeeld en met elkaar vergeleken:
Legitimiteit:
de mate waarin uw aanvraag bijdraagt aan de subsidiedoelen en subsidiabele activiteiten;
de mate waarin uw aanvraag en uw activiteiten zijn afgestemd op de activiteiten van zorg- en welzijnsorganisaties en (andere) bewonersinitiatieven en elkaar versterken;
de mate waarin uw organisatie aantoonbare ervaring heeft met de uitvoering van deze activiteiten;
de mate waarin u samenwerkt en samen leert met organisaties en initiatieven in het sociaal domein.
Betrokkenheid:
de mate waarin u de behoefte aan uw activiteiten onderbouwt en het aanvullend is op wat er al is;
de mate van inclusiviteit van de activiteit;
de mate van continuïteit in de uitvoering. Het voortzetten van en voortbouwen op bestaande waardevolle activiteiten krijgt in principe voorrang boven nieuwe aanvragen. Dit vraagt van betreffende organisaties en initiatieven om met hun activiteiten in te blijven spelen op nieuwe ontwikkelingen en trends, Ook is er ruimte voor nieuwe initiatieven die mogelijk ook een vernieuwend karakter hebben en goed aansluiten bij de vraag uit de stad;
mate van kennis van en betrokkenheid bij de buurt/wijk/stad;
de spreiding van de aanvragen over de stad in relatie tot de behoefte in de buurt en in de stad (we willen geen dubbelingen).
Rendement:
de prijs/kwaliteit-verhouding: we hanteren hierbij geen vaste normen, maar bekijken hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten;
de mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen gefinancierd worden;
de verhouding tussen vrijwillige inzet en betaalde inzet.
Daarnaast kijken we bij de beoordeling naar de spreiding van de aanvragen over de verschillende subsidiabele activiteiten. Dit betekent dat:
67% van het budget besteed wordt aan aanvragen die vallen onder de activiteit a.
activiteiten gericht op het ondersteunen van bewoners in een kwetsbare situatie waardoor zij zelfredzamer worden of beter kunnen meedoen;
het organiseren van onderling contact en hulp tussen buurtbewoners (buurtnetwerken) en tussen ouders en mede-opvoeders (buurtnetwerken rond opvoedingsvragen);
het organiseren van wijkinformatiepunten.
10% van dit totaal beschikbare deelbudget is gereserveerd voor aanvragen voor de periode vanaf 1 juli;
7% aan het vinden van bewoners die nog niet zelfstandig hun weg weten te vinden in de samenleving, hen ondersteunen en zo nodig verbinden aan een organisatie uit de (aanvullende) zorg of uit de sociale basis(infrastructuur) (de brugfunctie);
11% aan het beheren en onderhouden van een welzijnsaccommodatie in zelfbeheer.
15% aan het ondersteunen van inwoners bij het verbeteren van hun taal –en digitale vaardigheden.
Van deze verdeling kan worden afgeweken als er onvoldoende aanvragen zijn op een bepaald onderdeel.
Artikel 9
Beoordeling subsidieaanvraag
Onderdeel van Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar