De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen worden beoordeeld op grond van de maatschappelijke waarde. We hanteren hierbij de publieke waardendriehoek:
legitimiteit (mag het?);
betrokkenheid (is er draagvlak?);
rendement (wat levert het op?).
Vergelijking van de subsidieaanvragen gebeurt tussen aanvragen binnen eenzelfde categorie zoals beschreven in artikel 5 (a t/m d). Om de maatschappelijke waarde te kunnen beoordelen worden de aanvragen op basis van de volgende criteria beoordeeld en met elkaar vergeleken:
Legitimiteit:
de mate waarin uw aanvraag bijdraagt aan de subsidiedoelen en subsidiabele activiteiten;
de mate waarin uw aanvraag en uw activiteiten zijn afgestemd op de activiteiten van zorg- en welzijnsorganisaties en (andere) bewonersinitiatieven en elkaar versterken;
de mate waarin uw organisatie aantoonbare ervaring heeft met de uitvoering van deze activiteiten;
de mate waarin u samenwerkt en samen leert met organisaties en initiatieven in het sociaal domein.
Betrokkenheid:
de mate waarin u de behoefte aan uw activiteiten onderbouwt en het aanvullend is op wat er al is;
de mate van inclusiviteit van de activiteit;
de mate van continuïteit in de uitvoering. Het voortzetten van en voortbouwen op bestaande waardevolle activiteiten krijgt in principe voorrang boven nieuwe aanvragen. Dit vraagt van betreffende organisaties en initiatieven om met hun activiteiten in te blijven spelen op nieuwe ontwikkelingen en trends, Ook is er ruimte voor nieuwe initiatieven die mogelijk ook een vernieuwend karakter hebben en goed aansluiten bij de vraag uit de stad;
mate van kennis van en betrokkenheid bij de buurt/wijk/stad;
de spreiding van de aanvragen over de stad in relatie tot de behoefte in de buurt en in de stad (we willen geen dubbelingen).
Rendement:
de prijs/kwaliteit-verhouding: we hanteren hierbij geen vaste normen, maar bekijken hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten;
de mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen gefinancierd worden;
de verhouding tussen vrijwillige inzet en betaalde inzet.
Daarnaast kijken we bij de beoordeling naar de spreiding van de aanvragen over de verschillende subsidiabele activiteiten. Het budget wordt verdeeld op basis van de subsidieplafonds van de vier onderdelen (zie artikel 5 A t/m D). De subsidieplafonds worden gepubliceerd op de subsidiestaat. Van deze verdeling kan worden afgeweken als er onvoldoende aanvragen zijn op een bepaald onderdeel. Het budget wordt dan doorgeschoven naar de hoogst scorende aanvraag van de andere onderdelen. Voor onderdeel 5A wordt 5% van het totaal beschikbare deelbudget gereserveerd voor aanvragen voor de tweede termijn (voor activiteiten vanaf 1 juli).
** 5. .** Aanvragen voor meerjarige subsidies worden aanvullend beoordeeld op:
Het aantal jaar dat de activiteiten al uitgevoerd worden in de gemeente Utrecht (hoe langer de activiteiten al uitgevoerd worden, hoe beter de beoordeling);
De mate waarin aannemelijk is gemaakt dat de aangevraagde activiteiten relevant blijven in de aangevraagde periode;
De organisatorische en financiële stabiliteit van de organisatie.
Artikel 9
Beoordeling subsidieaanvraag
Onderdeel van Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar