Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Nadere regel subsidie sociale prestatie en dagondersteuning

In het kader van de Nadere regel subsidie sociale prestatie en dagondersteuning subsidieert de gemeente Utrecht de volgende activiteiten. A. Sociale prestatie – Meedoen B. Sociale prestatie - Meewerken C. Dagondersteuning D. Bijzondere vrijwilligersondersteuning E. Activiteiten met ondersteuning voor kinderen en jongeren in een kwetsbare situatie F. Motivatietraject activering Er is altijd een beroepskracht aanwezig met de voor de doelgroep benodigde opleiding en ervaring. Activiteiten A tot en met D en activiteit F zijn voor deelnemers van 18 jaar en ouder bedoeld. Activiteit E is bedoeld voor deelnemers onder de 23 jaar. De activiteiten worden uitgevoerd in groepsverband, hierbij gaan we uit van een redelijke groepsgrootte met als richtlijn één beroepskracht op ongeveer 40 deelnemers. Bij de uitvoering van activiteit D en F kan worden afgeweken van het uitvoeren van de activiteiten in groepsverband. Ad A Sociale prestatie – Meedoen: Deze activiteit bevindt zich op het snijvlak van zorg en welzijn. Kenmerken zijn: samen met anderen iets doen wat aansluit bij de interesses, werken aan een sociaal netwerk, een invulling van de vrije tijd, gezien en geaccepteerd worden. Belangrijkste doelen zijn werken aan een sociaal netwerk en invulling geven aan de vrije tijd. De plek is laagdrempelig toegankelijk, er hoeft niet op naam te worden geregistreerd. De beroepskracht realiseert een veilige plek met aandacht voor iedereen. Deelnemers die werk hebben en/of andere vormen van zorg ontvangen kunnen ook deelnemen aan deze activiteit als zij daar behoefte aan hebben. Ad B Sociale prestatie - Meewerken Betreft activiteitenaanbod om mee te doen in de samenleving in een werksetting en bevindt zich op het snijvlak van zorg en werk. Kenmerken zijn samen met anderen iets maken, nieuwe vaardigheden leren en gestimuleerd worden om vaardigheden uit te breiden vanuit een veilige basis. Een deel van de deelnemers stappen zal kunnen zetten richting werk. Dat maakt dat hier extra aandacht voor dient te zijn van de beroepskracht: Elke deelnemer krijgt regelmatig individuele aandacht bijvoorbeeld in de vorm van coaching gesprekken. Hierin wordt aandacht besteed aan hoe het gaat met de deelnemer en worden groeimogelijkheden doorgenomen en wordt perspectief geschetst. Indien groei richting werk mogelijk wordt, dan begeleidt de aanbieder dit proces en neemt hij contact op met de betrokken instanties. Gezamenlijk met de deelnemer wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn. Als de deelnemer dit spannend vindt maar wel de vaardigheden heeft om stappen te zetten, dan kan een veilige basis worden georganiseerd bij de aanbieder Sociale prestatie. Het is mogelijk om nog enkele dagdelen naar de bekende activiteit te gaan, naast het traject richting werk. Zo kan de overgang van de Wmo naar de Participatiewet soepel verlopen. Deze activiteit lijkt op het activeringsaanbod Arbeidsmatige activering (AA). Het verschil is dat AA een maatwerkvoorziening is waarin deelnemers intensiever worden begeleid. Het buurtteam kan de toewijzing afgeven als iemand onder andere veel moeite heeft structuur aan de dag te geven. Ad C Dagondersteuning Dagondersteuning betreft groepsactiviteiten ter bevordering van de sociale participatie van kwetsbare ouderen of personen met niet aangeboren hersenletsel. De activiteiten hebben als doel structurele ondersteuning te bieden bij een zinvolle invulling van de dag. Door deelname wordt sociaal isolement voorkomen, gewerkt aan gezondheid, vitaliteit en veerkracht, aan zingeving bijgedragen en de kwaliteit van het leven verhoogd. Daarnaast kan dagondersteuning het beroep dat zij doen op zorg en hulpverlening verminderen en kan het mantelzorgers ontlasten. Om hier structureel aan bij te dragen biedt een aanbieder dagondersteuning minimaal twee dagdelen per week in een wijk activiteiten aan. In verband met de actieradius van ouderen dient het aanbod wijk-georiënteerd te zijn Dagondersteuning is bedoeld voor de bredere doelgroep kwetsbare ouderen of personen met niet aangeboren hersenletsel, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat er aanbod nodig is voor een specifieke groep. Dit kan het geval zijn bij personen met een andere culturele achtergrond. Deze groep kan extra kwetsbaar zijn omdat zij vaker een lagere sociaal-economische status hebben, zich minder sociaal en maatschappelijk geworteld voelen in onze samenleving, minder gezondheidsvaardigheden hebben, de taal minder beheersen of een kleiner sociaal netwerk hebben. Daarnaast is het belangrijk dat er ook aandacht is voor het bereiken van personen die niet vanzelfsprekend gebruik maken van dit aanbod, bijvoorbeeld ouderen of personen met niet aangeboren hersenletsel die nog maar weinig de deur uitkomen. De activiteiten in het kader van dagondersteuning worden georganiseerd met ondersteuning van een beroepskracht en vrijwilligers. De beroepskracht heeft kennis van de doelgroep, het groepsproces, de kwetsbaarheden en problematiek van de doelgroep, weet vroegtijdig veranderingen in de benodigde ondersteuning te signaleren en tijdig de deelnemer door te wijzen naar een vervolgvoorziening (de maatwerkvoorziening dagbegeleiding). Voor ouderen geldt dat de beroepskracht kennis heeft van dementie en de keten ouderenzorg in Utrecht. Ad D Bijzondere vrijwilligersondersteuning Deelnemers worden ondersteund bij het doen van regulier vrijwilligerswerk op een externe locatie, zodat zij niet voortijdig uitvallen en met het vrijwilligerswerk een zinvolle invulling aan de dag geven. Ze worden uitgebreider ingewerkt en hebben regelmatig contact met een beroepskracht op de achtergrond, dit kan ook telefonisch. Een deel van de deelnemers zal na enige tijd het vrijwilligerswerk volledig zelfstandig kunnen uitvoeren en uitstromen. De organisatie die deze activiteit aanbiedt: houdt regelmatig contact met de deelnemer en houdt daarmee de voortgang en behoeften in de gaten in gemiddeld 60 minuten per week, biedt zelf ook SP - Meedoen en/of SP - Meewerken aan, zodat de deelnemer hierop kan terugvallen indien nodig, onderhoudt contact met het netwerk van vrijwilligersorganisaties, andere zorg/welzijnsaanbieders en (kleine) (sociaal) ondernemers, zodat door goede netwerksamenwerking de best passende plek kan worden gevonden. Ad E Activiteiten met ondersteuning voor kinderen en jongeren in een kwetsbare situatie Groepsactiviteiten waarbij ondersteuning wordt gegeven bij een zinvolle vrijetijdsbesteding. Het gaat hierbij om buitenschoolse activiteiten op het snijvlak van zorg en welzijn die gericht zijn op de ontwikkeling en sociale participatie van de deelnemers. De activiteiten geven de deelnemers een plezierige vrije tijd en zijn gericht op het opbouwen en versterken van het zelfvertrouwen en hun eigen mogelijkheden. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: samen met anderen iets doen dat aansluit bij de interesses en die mogelijkheden bieden voor persoonlijke ontwikkeling, werken aan een sociaal netwerk en sociale vaardigheden, gezien en geaccepteerd worden. Het gaat hierbij om structurele, en regelmatig terugkerende activiteiten waarbij in goede afstemming met ouders, het kind/de jongere en partners (denk aan het buurtteam, de BSO ‘plus’, scholen, andere naschoolse activiteiten zoals sport en cultuur) wordt bekeken waar een kind of jongere op zijn/haar plek is en of en hoe uit- of doorstroom plaats kan vinden. Ad F Motivatietraject activering Deelnemers volgen een traject gericht op maatschappelijk herstel. Deelname aan de activiteit is het middel, om iemand vanuit een inactieve situatie de opstap te laten maken naar actievere deelname aan de samenleving. Het traject werkt volgens een vaste methodiek, heeft een duidelijk begin en einde en duurt maximaal een jaar. De aanbieder moet bij de verantwoording inzichtelijk maken hoe succesvol de uitstroom verloopt. Het verschil met de ondersteuning en begeleiding door het buurtteam is dat het hier gaat om een activiteit waar een deelnemer aan deelneemt, terwijl een buurtteam iemand individueel ondersteunt. Het verschil met trainingen of activiteiten die meer gericht zijn op persoonlijk herstel, is dat de nadruk daar meer ligt op het werken aan of leren omgaan met persoonlijke, vaak psychische, vraagstukken waar een deelnemer mee te maken heeft.

Rechtspraak bij dit artikel