Naar hoofdinhoud
1.. Aanvragen om éénmalige subsidie worden behandeld in volgorde van binnenkomst. 2.. Indien het van toepassing zijnde subsidieplafond voor een periodieke subsidie als bedoeld in artikel 1.5 ontoereikend is om alle niet op grond van artikel 1.6 geweigerde aanvragen te honoreren, rangschikt het college deze aanvragen op een prioriteitenlijst. 3.. De rangschikking wordt bepaald door het aantal punten dat wordt behaald op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling; de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de collegeprioriteiten voor de sociale basis; de mate waarin de aanvraag aansluit bij de gebiedsgerichte opgave(n) sociale basis. de mate waarin de organisatie in de aanvraag blijk geeft over verbinding met (organisaties in) de wijk en de buurt te beschikken en voldoende kennis heeft over de verhoudingen en omstandigheden in de wijk of de buurt; de mate waarin blijk wordt gegeven van het in samenhang organiseren van activiteiten; de mate waarin bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten de betrokkenheid van bewoners en/of ervaringsdeskundigen is geborgd; aantoonbare samenwerking met partners rondom de brede sociale opgave; gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie en cultuursensitiviteit; de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis en expertise met betrekking tot (het werken met) kwetsbare groepen; de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis over emanciperende krachten in de stad en/of groepen die te maken hebben met uitsluiting of achterstelling; de mate van continuïteit van dienstverlening aan de Amsterdammer; de prijs-kwaliteitsverhouding; de mate waarin blijk wordt gegeven van doorontwikkeling van aanbod en innovatieve manieren van werken. 4.. Het maximale aantal punten dat op grond van lid 3 kan worden behaald is: Voor de criteria onder a., b., en c. 75 punten. Per afzonderlijk criterium kan maximaal 25 punten worden gescoord; Voor de criteria onder d. tot en met m. 55 punten. Daarbij kan voor het criterium genoemd onder d. maximaal 10 punten worden gescoord en voor het criterium onder m. maximaal 1 punt. Voor de tussenliggende criteria geldt dat het maximaal te behalen punten telkens met een punt verminderd wordt ten opzicht van het voorafgaande criterium. 5.. De aanvragen worden binnen het van toepassing zijnde subsidieplafond gehonoreerd naar de volgorde van de rangschikking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel