Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen in een openbare inrichting.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum; of
een bedrijfskantine of – restaurant.
De burgemeester weigert een vergunning als bedoeld in het eerste lid of trekt deze in indien:
De vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
De exploitant of de leidinggevende de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft;
De exploitant of de leidinggevende onder curatele staat;
De exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren of intrekken:
Onverminderd artikel 1:8 naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt, of
Onverminderd artikel 1:6 de exploitant of de leidinggevende het bij of krachtens de bepalingen in deze paragraaf geregelde overtreedt, of
Aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die gevaar kunnen veroorzaken voor de openbare orde, of
De exploitant of de leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd, of
Zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, danwel dat het aannemelijk is dat het exploiteren van de inrichting de vrees wettigt, dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde, of
Er sprake is van een gewijzigde exploitatie of een wijziging in de exploitant, waarvoor geen nieuwe exploitatievergunning is aangevraagd, of
Er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.
De burgemeester kan een openbare inrichting sluiten:
indien die openbare inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige exploitatievergunning;
indien die openbare inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften;
indien een van de in het vierde lid genoemde situaties zich voordoet.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:28.
Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten of gebouwen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Coevorden 2020