Op 16 april 2019 is het ontwerp van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gepubliceerd. De verordening maakt de ontwikkeling mogelijk van windenergie en zonne-energie.
Windenergie
In de verordening zijn regels opgenomen voor windturbines. Gemeenten moeten onderzoeken op welke plekken de plaatsing van windturbines inpasbaar is in de omgeving. In het algemeen geldt dat hierbij zo veel als mogelijk wordt aangesloten bij de karakteristiek van het landschap. Vanwege het grootschalige karakter van de turbines heeft de ontwikkeling bij zogenaamde grootschalige landschappen, zoals grootschalige (middel)zware bedrijventerreinen, hoofdinfrastructuur en het grootschalige polderlandschap de voorkeur.
Overige randvoorwaarden zijn:
Clustering. Om verrommeling tegen te gaan zijn er geen mogelijkheden voor de ontwikkeling van solitaire windturbines. Er moet minimaal sprake zijn van drie windturbines in een lijn- of clusteropstelling.
Tijdelijk karakter. Aan de ontwikkeling van windturbines in landelijk gebied is de voorwaarde verbonden dat deze uitsluitend gerealiseerd kan worden met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende afwijking van het bestemmingsplan waaraan een maximale gebruikstermijn van 25 jaar is verbonden. Hierbij moet zijn verzekerd dat de windturbines na afloop van deze periode worden verwijderd en dat de situatie van voor de realisatie van windturbines wordt hersteld.
Maatschappelijke meerwaarde. Om de betrokkenheid van de inwoners en draagvlak voor duurzame energie te vergroten, geldt dat een ontwikkeling maatschappelijke meerwaarde moet geven. Een maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd door de maatregelen die zijn getroffen om de impact van de windturbines op de omgeving te beperken en de bijdrage aan maatschappelijke doelen.
Afstemming. Vanuit een zorgvuldig gebruik van de open ruimte, afstemming van duurzame energieprojecten in een gebied en de in sommige gebieden beperkte capaciteit van het netwerk, geldt als randvoorwaarde dat projecten zijn afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen
Nieuwe ontwikkeling in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) (artikel 28.3). Windturbines zijn alleen mogelijk indien de ontwikkeling plaatsvindt direct aansluitend op hoofdinfrastructuur en indien negatieve effecten op NNB worden beperkt of gecompenseerd. Medewerking is alleen mogelijk via afgifte van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (dus niet middels een bestemmingsplanprocedure).
Windturbines in Stedelijk gebied (artikel 44.1). Windturbines zijn mogelijk in opstellingen van minimaal 3, inpasbaar in de omgeving.
Windturbines in Landelijk gebied (artikel 44.2). Windturbines zijn mogelijk in opstellingen van minimaal 3, inpasbaar in de omgeving, mits de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft en is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder. Alleen mogelijk via afgifte van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (dus niet middels een bestemmingsplanprocedure).
Zonne-energie
Er bestaat een voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen op daken of op braakliggende gronden in of aansluitend op stedelijk gebied. Er zijn mogelijkheden voor grondgebonden zonneparken in stedelijk gebied, in zoekgebieden verstedelijking en op bestaande bebouwde locaties in het landelijk gebied zoals rioolzuiveringsinstallaties, stortplaatsen maar ook op vrijkomende agrarische locaties tot een omvang van 5.000 m2.
De verwachting is dat dergelijke locaties onvoldoende blijken om in de behoefte voor opwek van duurzame energie te voorzien. Daarom is er ook een mogelijkheid om onder voorwaarden zelfstandige opstellingen van zonneenergie te ontwikkelen in landelijk gebied.
Randvoorwaarden zijn
Afwegingskader (de noodzaak van de ontwikkeling moet blijken uit een onderzoek) .
Afstemming met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder.
De ontwikkeling heeft maatschappelijke meerwaarde.
Tijdelijkheid: In beginsel gaat de provincie er vanuit dat de realisatie van zonneparken voorziet in een tijdelijke behoefte. Vanwege dit tijdelijke karakter van zelfstandige opstellingen voor zonne-energie is de ontwikkeling daarom uitsluitend mogelijk met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende afwijking van het bestemmingsplan. Aan een dergelijke vergunning wordt een termijn verbonden en de voorwaarde dat na afloop van de termijn de installatie met toebehoren wordt verwijderd en dat de situatie van voor de vergunningverlening wordt hersteld. De maximale termijn is 25 jaar.
Algemeen
Naast de randvoorwaarden voor zonne- en windenergie specifiek bevat de provinciale omgevingsverordening ook een aantal algemene instructies die moeten worden opgevolgd.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleid Grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen