Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Waardebepaling, taxatie, bijkomende kosten

Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek Participatiewet gemeente Gooise Meren 2020

De hoogte van de geldlening als bedoeld in artikel 2 is ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder d, Participatiewet. De waarde van de woning wordt vastgesteld voor zover mogelijk overeenkomstig de waarde zoals vermeld op de laatste aanslag in het kader van Wet waardering onroerende zaken. In afwijking op het tweede lid, wanneer er niet kan worden teruggevallen op een aanslag in het kader van de WOZ zoals bij een woonschip en/of een woonwagen, kan de gemeente belanghebbende de verplichting opleggen een taxatie uit te laten voeren door een in overleg met belanghebbende aan te wijzen door een bij de NVM aangesloten makelaar/taxateur. Dit taxatierapport moet uitgaan van de waarde van de woning indien onbewoond en vrij van huur. De kosten verbonden aan de in het derde lid vermelde verplichte taxatie, de hypotheekakte of de pandovereenkomst en de inschrijving van de hypotheek of de pandovereenkomst alsmede de bijkomende kosten komen ten laste van de belanghebbende. Voor deze kosten kan bijzondere bijstand worden verstrekt. De in het vierde lid genoemde bijzondere bijstand wordt verstrekt als bijstand om niet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel