Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 11:

levensvatbaarheidsonderzoeken

Onderdeel van Beleidsregel Besluit bijstandverlening zelfstandigen Midden-Groningen

1. Het college verricht de onderzoeken naar levensvatbaarheid in beginsel zelf, tenzij het college van oordeel is dat hiertoe expertise ingekocht moet worden. 2. Het college verleent de bijstand als bedoeld in artikel 23, eerste lid Bbz 2004 in maximaal 2 termijnen van maximaal zes maanden en voor zover nodig daarna in termijnen van maximaal 12 maanden. Bij ieder aangevraagde termijn beoordeelt het college opnieuw de levensvatbaarheid van het bedrijf. Dit laat onverlet dat ook tussentijds de uitkering beëindigd wordt indien het college van oordeel is dat er na afloop van de maximaal mogelijke bijstand geen sprake zal zijn van een levensvatbaar bedrijf of beroep. 3. Voor zover op grond van artikel 18 Bbz 2004 een verlenging benodigd is, wordt de bijstand toegekend voor een periode van ten hoogste 12 maanden totdat de maximale wettelijke termijn is bereikt. Het college beoordeelt telkens na afloop van een periode van maximaal 12 maanden of de verwachting gerechtvaardigd is dat na afloop van de maximale uitkeringsduur sprake zal zijn van een levensvatbaar bedrijf of beroep. Dit laat onverlet dat ook tussentijds de uitkering beëindigd wordt indien het college van oordeel is dat er na afloop van de maximaal mogelijke bijstand geen sprake zal zijn van een levensvatbaar bedrijf of beroep.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel