Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 18:

bedrijfsbeëindiging

Onderdeel van Beleidsregel Besluit bijstandverlening zelfstandigen Midden-Groningen

1. Als belanghebbende het bedrijf of zelfstandig beroep niet verwijtbaar heeft moeten beëindigen wordt vanaf de datum van beëindiging (het restant van) de geldlening voor bedrijfskapitaal renteloos. 2. Indien het bedrijf of zelfstandig beroep is beëindigd én de geldlening voor bedrijfskapitaal op grond van het eerste lid renteloos is gemaakt, wordt het restant van de geldlening en verschuldigde rente kwijtgescholden, indien belanghebbende gedurende 60 achtereenvolgende maanden na beëindiging van het bedrijf of beroep een bedrag voldoet dat overeenkomt met 50% van het netto (gezins)inkomen boven de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm vermeerderd met de beslagruimte in de bijstandsnorm. 3. Indien op grond van bijzondere omstandigheden geheel of gedeeltelijk uitstel van betaling wordt verleend worden de maanden waarin afgelost moet worden, als bedoeld in het tweede lid, verlengd totdat het vanwege geheel of gedeeltelijke uitstel gederfde ontvangsten alsnog zijn voldaan. 4. Indien belanghebbende niet voldoet aan het bepaalde in de voorafgaande leden vindt geen kwijtschelding van de resterende geldlening noch van de renten plaats.

Rechtspraak bij dit artikel