Berekening van het subsidiebedrag
We berekenen de subsidie bij een vrijwilligersorganisatie met leden deels aan de hand van het aantal actieve leden. Voor het aantal actieve leden geldt de datum van 1 januari van het jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag.
Uitgangspunten van de berekening
Binnen een categorie krijgt elke organisatie een vastgesteld vast bedrag,
Elke organisatie met leden of deelnemers krijgt naast het vaste bedrag een bedrag per lid.
Binnen de categorieën is er een omslagpunt vastgesteld.
Er is sprake van 2 verschillende bedragen per lid. Een bedrag voor het aantal leden tot en met het omslagpunt en een bedrag voor het aantal leden boven omslagpunt
De vaste bedragen en de bedragen per lid zijn per categorie vastgesteld door het college van B&W.
Vaste bedragen per categorie
Categorie
Vast bedrag
1. Muziek instrumentaal
€ 464,00
2. Schutterijen
€ 310,00
3. Podiumkunsten
Zangkoren
€ 83,00
Toneel
€ 650,00
4. Jeugdwerk
Methodisch jeugdwerk
€ 219,00
Open jeugdwerk
€ 2.000,00
Kindervakantiewerk
€ 800,00
5. Ontmoeting en Ontspanning
Ontmoetingsactiviteiten
€ 82,00
Verenigingsraden
€ 500,00
Koningsdag
€ 250,00
Buurtverenigingen
€ 125,00
Zonnebloem
€ 500,00
6. Sport en bewegen
€ 178,00
7. Cultuur
Heemkunde
€ 500,00
8. EHBO
€ 800,00
9. Maatschappelijk belang
€ 500,00
Hoe is het bedrag per lid opgebouwd?
**1..** Het bedrag tot aan het omslagpunt is het bedrag per lid voor het aantal leden van een organisatie tot en met het omslagpunt. Dit bedrag is gebaseerd op de keuze voor het vaste bedrag (afgesproken in werkgroep) en het gekozen omslagpunt (te bepalen a.d.h.v. het aantal verenigingen in een categorie).
**2..** Het bedrag boven omslagpunt is het bedrag voor het aantal leden van een organisatie boven het omslagpunt.
Het bedrag boven omslagpunt is gebaseerd op de overblijvende subsidie in de betreffende categorie, gedeeld door het totaal aantal leden boven het omslagpunt.