Naar hoofdinhoud
1.. Deze verordening wordt uiterlijk drie jaar na haar inwerkingtreding geëvalueerd door de colleges van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten, in overleg met regio actieve corporaties. 2.. Het evaluatieverslag wordt op schrift gesteld en bevat in ieder geval een onderbouwd oordeel over de doelmatigheid van de verordening. 3.. Het evaluatieverslag bevat vervolgens een onderbouwd oordeel over de doelmatigheid van de op grond van deze verordening toegepaste woonruimtebemiddelingsmodellen. 4.. In het evaluatieverslag worden de resultaten van eventuele experimenten, waaronder in ieder geval de werking en de effecten van het experiment en de uitkomst van de evaluatie ervan, opgenomen. 5.. Het evaluatieverslag wordt toegezonden aan het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland en gepubliceerd op de website van de regiogemeenten en de website van Maaskoepel.

Rechtspraak bij dit artikel