Naar hoofdinhoud
1.. Het college beoordeelt de aanvragen voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, voor zover deze niet zijn geweigerd en in beginsel voor subsidie in aanmerking komen, aan de hand van de criteria als bedoeld in lid 5. 2.. Ten behoeve van de beoordeling laat het college zich adviseren door een ambtelijke commissie die bestaat uit elf leden. De ambtelijke commissie kan in het kader van de totstandkoming van het advies (onafhankelijke) experts raadplegen. 3.. De beoordeling van de aanvragen vindt plaats in drie rondes. 4.. Bij de beoordeling van de aanvragen in de eerste en de tweede ronde zijn de door de aanvrager ingediende stukken leidend. 5.. In het kader van de eerste ronde worden de aanvragen aan de hand van de volgende criteria beoordeeld: de mate waarin aanvrager blijk geeft van een op het gemeentelijk beleid aansluitende visie over de opzet en ontwikkeling van de organisatie van buurtteamactiviteiten en de concrete uitwerking hiervan in: hulpverlening die laagdrempelig en nabij de cliënt is; integrale dienstverlening aan de cliënt verbinding met WPI dienstverlening; ondersteuning en coördinatie van huishoudens met complexe problematiek, de wijze waarop de medewerkers Samen DOEN hier een rol in spelen, de borging van de kwaliteit en de relatie met het veiligheidsdomein; de ontwikkeling van een lerende organisatie. de mate waarin aanvrager blijk geeft van een op het gemeentelijk beleid aansluitende visie over de opzet en ontwikkeling van het samenwerkingsverband, respectievelijk de buurtteamorganisatie en de concrete uitwerking hiervan in de inrichting van integrale schuldhulpverlening (inclusief vroegsignalering) en sociaal raadsliedenwerk; de mate waarin aanvrager kennis heeft van bestaande netwerken en problematiek in de buurten en wijken van het stadsdeel waarop de aanvraag betrekking heeft en een realistische aanpak schetst over hoe het samenwerkingsverband of de buurtteamorganisatie (in oprichting) op lokale netwerken kan aansluiten; de mate waarin blijkt dat aanvrager continuïteit van zorg en ondersteuning aan de Amsterdammer biedt; de wijze waarop de aanvrager het samenwerkingsverband heeft vormgegeven, invulling geeft aan de transformatie naar een buurtteamorganisatie, de visie op governance en sturing van het samenwerkingsverband, respectievelijk de buurtteamorganisatie en de mate waarin de aanvrager in staat is een efficiënte bedrijfsvoering en efficiënte en effectieve ondersteunende processen in te richten; de mate waarin de begroting realistisch en sluitend is en de in artikel 7 bepaalde subsidiabele kosten juist en in redelijkheid zijn opgenomen. 6.. Het maximale aantal punten dat op grond van lid 5 kan worden behaald is 780 punten: Aan het criterium genoemd in lid 5 onderdeel i kunnen maximaal 200 punten worden toegekend; Aan het criterium genoemd in lid 5 onderdeel ii kunnen maximaal 200 punten worden toegekend; Aan het criterium genoemd in lid 5 onderdeel iii worden maximaal 120 punten toegekend; Aan het criterium genoemd in lid 5 onderdeel iv worden maximaal 120 punten toegekend; Aan het criterium genoemd in lid 5 onderdeel v worden maximaal 100 punten toegekend; Aan het criterium genoemd in lid 5 onderdeel vi worden maximaal 40 punten toegekend. 7.. Als een aanvrager niet voor ieder criterium als bedoeld in lid 5 afzonderlijk ten minste de helft van de punten scoort die hij op grond van lid 6 kan scoren, dan wel voor ieder criterium als bedoeld in lid 5 afzonderlijk ten minste de helft van de punten scoort die hij op grond van lid 6 kan scoren, maar in totaal niet meer dan 440 punten scoort, gaat de aanvrager door naar de tweede ronde. 8.. Als een aanvrager voor ieder criterium als bedoeld in lid 5 afzonderlijk meer dan de helft van de punten scoort die hij op grond van lid 6 kan scoren en in totaal gelijk aan of meer dan 440 punten scoort, gaat de aanvrager direct door naar de derde ronde. 9.. Voorafgaand aan de tweede ronde verbetert de aanvrager zijn aanvraag aan de hand van de vragen van het college en de ambtelijke commissie en met inachtneming van de beoordeling in het kader van de eerste ronde. 10.. In het kader van de tweede ronde worden de criteria als bedoeld in lid 5 opnieuw beoordeeld met inachtneming van werkwijze in lid 2. 11.. Als een aanvrager voor ieder criterium als bedoeld in lid 5 afzonderlijk meer dan de helft van de punten scoort die hij op grond van lid 6 kan scoren en in totaal gelijk aan of meer dan 440 punten scoort, gaat de aanvrager door naar de derde ronde. 12.. In het kader van de derde ronde voert de aanvrager een gesprek met een vertegenwoordiging van de ambtelijke commissie en verzorgt de aanvrager een presentatie waarin hij de aanvraag toelicht op de volgende onderdelen: de mate waarin blijkt dat aanvrager continuïteit van zorg en ondersteuning aan de Amsterdammer biedt, ook in een situatie waarin de aanvrager of een partij in het samenwerkingsverband in moeilijkheden verkeert en/of ophoudt te bestaan en de wijze waarop de aanvrager het samenwerkingsverband heeft vormgegeven, invulling geeft aan de transformatie naar een buurtteamorganisatie, de visie op governance en sturing van het samenwerkingsverband en de buurtteamorganisatie. 13.. Het maximale aantal punten dat op grond van lid 12 kan worden behaald is 220 punten. 14.. Subsidie wordt uitsluitend verleend aan de aanvrager die voor ieder criterium als bedoeld in de leden 5 en 12 meer dan de helft van de punten scoort die hij op grond van de leden 6 en 13 kan scoren én in totaal gelijk aan of meer dan 660 punten scoort. 15.. Als er in een stadsdeel meer dan één subsidieaanvraag is ingediend, wordt de subsidie verleend aan de hoogst scorende aanvrager die voldoet aan de vereisten van lid 14.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel