Naar hoofdinhoud
Binnen wettelijke kaders hebben gemeentebesturen tot op zekere hoogte enige beleidsvrijheid. Aanbevolen wordt de voorliggende richtlijn door het gemeentebestuur als een beleidsnotitie vast te stellen vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Besluit bouwwerken leefomgeving). Hiermee heeft het bevoegd gezag een juridische basis op basis waarvan eisen gesteld kunnen worden die ertoe leiden dat beoogde bouw- en sloopinitiatieven op een veilige en verantwoorde wijze - in hun relatie tot de directe omgeving en de openbare ruimte - gerealiseerd kunnen worden. Lokale afwegingen Omdat lokale omstandigheden kunnen vragen om een lokale afweging biedt bijvoorbeeld artikel 1.2911Nadere voorwaarden stellen aan een sloopmelding. Het bevoegd gezag versterkt haar positie door de richtlijn vast te stellen en de ricisomatrix toe te passen: "bij sloopmeldingplichtige werken altijd een veiligheidsplan indienen, tenzij voorafgaand aan de melding ontheffing wordt gevraagd en verkregen". Dit kan alleen via een vastgestelde en gepubliceerde beleidsregel, waarin ook wordt toegelicht elke situaties (eventueel) voor ontheffing in aanmerking komen., artikel 8.3 lid 312Ontheffing geluidshinder of artikel 8.4 lid 213Ontheffing trillingshinder van het Bouwbesluit 2012 het bevoegd gezag de mogelijkheid om voor het uitvoeren van sloopwerkzaamheden in een concreet geval nadere voorwaarden te stellen respectievelijk ontheffing te verlenen. Het bevoegd gezag moet zowel het stellen van zwaardere eisen als het verlenen van een ontheffing goed motiveren. Beide varianten betreffen besluiten in de zin van de Awb en zijn derhalve vatbaar voor bezwaar en beroep. Deze richtlijn dient dan ook mede als juridische onderbouwing en motivering van deze besluiten. Ontheffingen Naast de bevoegdheid voor de gemeente om zwaardere eisen te stellen, bestaat ook de bevoegdheid om juist ontheffing te verlenen bij sommige eisen voor de uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden. Zo kan de gemeente ontheffing verlenen voor het produceren van meer geluid dan is aangegeven in het Bouwbesluit 2012 (zie ook hoofdstuk 7.2.1) en kan zij ook meer trillingen toestaan dan is aangegeven in het Bouwbesluit 2012. Het bevoegd gezag kan een ontheffing verlenen: van de maximale dagwaarde; van het tijdelijk in werking hebben van toestellen en apparaten; voor het verrichten van handelingen die voor omwonenden of de omgeving geluidhinder veroorzaken; voor het werken buiten reguliere werktijden. In alle gevallen is de bouwer/sloper verplicht zo min mogelijk hinder te veroorzaken. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van zogenaamde best beschikbare technieken. Ook moet het bijvoorbeeld gaan om werkzaamheden die om dringende redenen niet overdag kunnen worden uitgevoerd en niet alleen uit economisch belang 's nachts of in het weekend uitgevoerd worden. Bij de toets of een ontheffing van de in het Bouwbesluit 2012 opgenomen eisen wordt verleend, worden de volgende belangen afgewogen: het belang van de aannemer, van de opdrachtgever, van de omwonenden, van het milieu en van het economisch belang. Daar kan het ene belang zwaarder wegen dan het andere, bijvoorbeeld afhankelijk van het tijdstip van de werkzaamheden of de omvang van de afwijking van de in het Bouwbesluit 2012 opgenomen eisen. Enkel economische redenen alleen zijn voor een ontheffing niet zwaarwegend genoeg. Aanvullend op het bovenstaande geldt dat het uitgangspunt is dat er niet buiten de reguliere werktijden wordt gewerkt. Er kan slechts medewerking worden verleend aan een verzoek indien er sprake is van tenminste één van de onderstaande aspecten: beperken of voorkomen van negatieve effecten op bereikbaarheid (gedurende de dag); bevorderen van de veiligheid van mens en dier; verkorten van de blootstellingsduur; (door)werken omdat de werkzaamheden geen interval toestaan; (andere) maatregelen om toch tijdens de reguliere tijden te kunnen werken zouden onevenredige kosten met zich meebrengen en niet in verhouding staan tot de hinderperiode (onder deze onevenredige kosten worden niet verstaan de algemene economische belangen van de opdrachtgever/huurder of bouwende partij). Als voorbeeld. De gemeente Den Haag heeft bepaald dat de maximale dagwaarde voor geluidgemiddelde zoals die meetbaar is op de gevel van geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de gemiddelde waarde van het achtergrondgeluid zoals vastgesteld tijdens de nulmeting verhoogd met 5 dB(A). Dit geldt voor alle bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden in Den Haag tijdens reguliere werktijden van maandag t/m zaterdag van 07.00 tot 19.00 uur. Dit toegelaten daggemiddelde geluidsniveau treedt in de plaats van de laagste geluidsnormen in tabel 8.3 van het Bouwbesluit 2012. Het achtergrondgeluidsniveau is in een aantal gebieden van Den Haag, net als in de andere grote steden, tamelijk hoog, hoger dan veel vormen van bouw- en sloopgeluid. In Den Haag wordt jaarlijks een aanzienlijk aantal individuele ontheffingen voor bouw- en sloopgeluid verleend omdat de geluidsnormen uit het Bouwbesluit 2012 niet passend zijn voor een dynamische stedelijke omgeving. Door het toepassen van deze beleidsregels betekent dit lichtere administratieve lasten terwijl het beschermingsniveau van omwonenden en naburige functies gewaarborgd blijft. In bijlage 10 zijn voorbeelden van ontheffingenbeleid van de gemeente Amsterdam, Den Haag en Utrecht toegevoegd. Geen ontheffing behoeft te worden aangevraagd voor werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd voor het oplossen van een calamiteit. Met een calamiteit wordt niet bedoeld als een aannemer door onvoorziene omstandigheden ’s avonds/’s nachts wil en/of moet doorwerken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel