Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 3.2

Indiening hulpvraag

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Maasdriel 2020

1.. Een melding kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch worden gedaan en wordt vastgelegd. Een melding geeft aan dat de jeugdige/ouder een probleem ervaart. De melding wordt doorgeleid naar het gebiedsteam. 2.. Het gebiedsteam agendeert een gesprek met de jeugdige en ouder, bij voorkeur bij de jeugdige/ouder thuis. 3.. Slechts wanneer de medewerker Gebiedsteam voldoende op de hoogte is van de actuele situatie bij een melding, door recente eerdere contacten, kan overwogen worden om een gesprek achterwege te laten. Het is dan noodzakelijk dat de medewerker Gebiedsteam die de melding oppakt dezelfde persoon is als die de eerdere contacten heeft gehad. 4.. Wanneer de melding wordt gedaan door een belanghebbende over de jeugdige en of het gezin, neemt het gebiedsteam contact op met de melder voor aanvullende informatie. Blijkt hieruit dat er feitelijk geen melding is, dan stopt het contact. Er is wel sprake van een melding als: De betreffende jeugdige/ouder op de hoogte is van de melding. In overleg met jeugdige/ouder wordt de melder hierbij al dan niet betrokken; Als de betreffende jeugdige/ouder niet op de hoogte is van de melding dient de melder alsnog de jeugdige/ouder op de hoogte te stellen. Als dit is gebeurd is er sprake van een melding; Wil of kan de melder dit niet doen, dan dient de melder zich te wenden tot Veilig Thuis Gelderland-Zuid bij gevaar en of huiselijk geweld. Bij psychosociale problematiek wendt de melder zich tot Farent. Er is dan geen sprake van een melding.

Rechtspraak bij dit artikel