Actieve grondexploitatie of grondexploitatiecomplex: een ruimtelijk plan, voorzien van een financiële vertaling die daadwerkelijk door de raad zijn vastgesteld. De raad stelt tevens een uitvoeringskrediet vast voor de te maken kosten voor de gehele looptijd van de grondexploitatie.
Actualisatie: een grondexploitatie die binnen de kaders blijft van de eerder vastgestelde grondexploitatie waardoor er geen herziening nodig is. Actualisatie van een grondexploitatie vindt halfjaarslijk plaats bij het (t)MPG en betreft een update van de boekwaarde, ramingen, resultaat en de kansen en risico’s.
Algemeen belangbesluit: het besluit, overeenkomstig artikel 25h Mededingingswet, om vast te stellen dat een activiteit in het algemeen belang plaatsvindt, wat impliceert dat de gedragsregels van de Wet markt en overheid niet van toepassing zijn.
Anterieure overeenkomst: een overeenkomst via het privaatrechtelijke spoor die wordt gesloten tussen de gemeente en (in beginsel) de grondeigenaar/grondeigenaren voordat een bestemmingsplan wordt vastgesteld zodat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De overeenkomst is vorm vrij. De term is afkomstig uit de Wet ruimtelijke ordening (afdeling 6.4).
Bestuurlijke voortgangsrapportage (BVR): rapportage over de sturing van de segmenten kantoren & bedrijven en wonen. Actuele inzichten in het betreffende segment worden gepresenteerd en eventuele beleidsmatige dan wel projectmatige keuzes worden aan de raad voorgelegd.
Bouwgrond in exploitatie (BIE): die gronden in eigendom van de gemeente, waarvoor door de gemeenteraad een grondexploitatiecomplex met een grondexploitatiebegroting is vastgesteld.
Conjuncturele risico’s: risico’s voor de gehele portefeuille en gaan in zijn algemeenheid over de verwachtingen ten aanzien van markt- en conjunctuurinvloeden, waardoor prijzen en afzetmogelijkheden over de gehele linie kunnen veranderen ten opzichte van de planning.
Grondexploitatie: het proces van productie en daarmee ook prijsvorming van bouw- en woonrijpe grond. In de grondexploitatiebegroting staan de kosten en opbrengsten die samenhangen met de productie van bouwrijpe grond.
Grondexploitatiebegroting: de financiële vertaling van een grondexploitatie(complex), waarbij de kosten en opbrengsten gefaseerd zijn in tijd.
Grondprijzennota: de interne beleidsnota waarin uitgifteprijzen of de uitgangspunten voor de uitgifteprijzen van gronden zijn vastgelegd.
Grondzaken: hiertoe behoren:
Openen, beheren en afsluiten van grondexploitaties;
Beheren van de Reserve Grondzaken;
Formuleren, evalueren en actualiseren beleid.
In het kader van grondexploitaties behoren hiertoe aanvullend:
Aankoop, beheer en verkoop van onroerende zaken;
Tijdelijk beheer van onroerende zaken;
Uitgifte en beheer erfpachtovereenkomsten;
Onderhandelen met betrekking tot onroerende zaken.
Herziening: een grondexploitatie met nieuwe kaders die ten opzichte van de eerder vastgestelde grondexploitatie opnieuw bestuurlijk moet worden vastgelegd.
Initiatievenbudget: een jaarlijks beschikbaar budget waaruit het college krediet beschikbaar kan stellen ter dekking van de kosten om de eerste haalbaarheid van een initiatief te bepalen.
Intentieovereenkomst: een overeenkomst die wordt gesloten tussen de gemeente en (in beginsel) een grondeigenaar/grondeigenaren waarin de intentie wordt uitgesproken om gezamenlijk de haalbaarheid van een plan te onderzoeken.
Meerjarenperspectief grondzaken (MPG): Nota waarin het college inzicht verschaft in de stand van zaken van de actieve grondexploitaties, de kansen en risico’s in deze grondexploitaties, voorbereidende grondexploitaties, projecten met ontwikkelaar en strategische gronden, en als gevolg daarvan het resultaat van de Reserve Grondzaken met de stand van de gegevens per 1 januari. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de stand van de reserve Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (RIH).
Netto contante waarde (NCW): het resultaat van alle kasstromen die op verschillende tijdstippen plaatsvinden, teruggerekend naar hetzelfde tijdstip van 1 januari. Dit maakt het mogelijk om te beoordelen of de opbrengsten op termijn voldoende zullen zijn om de daarvoor benodigde uitgaven af te dekken en waardoor de verschillende projecten op basis van het mogelijke resultaat vergelijkbaar zijn.
Omgevingswet: een wet in voorbereiding met het doel de regels voor ruimtelijke ontwikkeling te vereenvoudigen en samen te voegen. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking.
Omvangrijkere projecten: ruimtelijke projecten groter dan circa 30 woningen die afhankelijk van de complexiteit al dan niet binnen de gemeente Haarlemmermeer als omvangrijk worden beoordeeld.
Onroerende zaken: De onroerende zaken, die zijn aangekocht ten behoeve van of met het oog op ruimtelijke ontwikkelingen. Niet onder voornoemd begrip vallen de onroerende zaken ten behoeve van de gemeentelijke taken.
Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus): het jaarlijks weerkerend patroon van opstellen en vaststellen van programmabegroting, voorjaarsrapportage, najaarsrapportage en jaarstukken.
Programma: datgene dat het plan beoogt te realiseren; bouwrijpe grond ten behoeve van een volume woningbouw, kantoren, bedrijventerreinen, commerciële voorzieningen of andere bestemmingen. Het programma wordt vastgesteld met de vaststelling van het referentiekader.
Projectdefinitie: een (globale) beschrijving van wat naar verwachting ruimtelijk gerealiseerd gaat worden door de verdere uitwerking van een initiatief. De projectdefinitie is onderdeel van het voorstel aan de raad tot het verstrekken van een voorbereidingskrediet.
Projecten met ontwikkelaar: projecten, waarbij de grondpositie geheel of grotendeels in handen is van een ontwikkelaar. De gemeente maakt kosten ter realisatie van de projectontwikkeling en brengt deze bij de ontwikkelaar in rekening middels een intentie of anterieure overeenkomst.
Projectspecifieke risico’s: specifieke risico’s voor individuele gemeentelijke projecten (grondexploitaties), zoals beroepsprocedures, onverwachte bodemvervuiling, tegenvallende aanbestedingsresultaten etc. Het gaat hierbij uitdrukkelijk niet om risico’s ten aanzien van (macro) ontwikkelingen voor de totale gemeente.
Uitvoeringskrediet: een door de raad vastgesteld krediet bij een grondexploitatie of project met ontwikkelaar bestaande uit een verwervingskrediet, VTA-krediet en investeringskrediet.
Referentiekader: een beschrijving van de hoofdlijnen van de ruimtelijke inrichting van het plan, met uitwerkingen/schetsen van de hoofdstructuur voor wegen-, water- en groenvoorzieningen en de stedenbouwkundige opzet en programma. De grondexploitatie geeft de financiële consequenties aan van het referentiekader.
Reserve Grondzaken: is de reserve waarin de resultaten worden verevend van de actieve grondexploitaties, voorbereidende grondexploitaties, de projecten met ontwikkelaar en de strategische gronden. Deze reserve maakt onderdeel uit van de algemene dekkingsreserve van de gemeente.
Reserve Ruimtelijke Investeringen Haarlemmermeer (reserve RIH): reserve waarin de bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen als bedoeld in de Wro worden gestort om te worden ingezet voor de in de vastgestelde structuurvisie aangegeven doelen. Over de stand van de reserve RIH wordt gerapporteerd in het MPG.
Restplan: een restplan wordt aangemaakt als een grondexploitatie wordt afgesloten, waarbij de resterende begrotingen uit de grondexploitatie worden overgeheveld naar het restplan. Dit gebeurt ingeval het afsluiten van een omvangrijke grondexploitatie onevenredig lang zou gaan duren vanwege een langlopende resterende activiteit, die van beperkte waarde is voor de grondexploitatie als geheel. De resterende werkzaamheden worden afgerond in het restplan.
Strategische gronden: gronden, die de gemeente verwerft om hiermee een betere sturing op (toekomstige) gebiedsontwikkeling te hebben.
Strategisch grondbeleid: in het beleid worden de instrumenten van grondbeleid beschreven en beleidskaders aangegeven.
Structuurvisie: document waarin het bevoegde bestuursorgaan voor haar grondgebied de hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aangeeft. De structuurvisie Haarlemmermeer 2030 is vastgesteld op 18 oktober 2012.
Tussentijds meerjarenperspectief grondzaken (tMPG): Nota waarin het college inzicht verschaft in de stand van zaken van de actieve grondexploitaties, de kansen en risico’s in deze grondexploitaties, voorbereidende grondexploitaties en projecten met ontwikkelaar met de stand van de gegevens per 1 juli. Het tMPG geeft, in tegenstelling tot het MPG, geen inzicht in de Reserve Grondzaken, de stand van de strategische gronden en de reserve RIH.
Verordening Grondzaken: onderhavige verordening waarin wordt ingegaan op de verantwoordingsrapportages grondexploitaties, de beleidsnota’s grondzaken, de richtlijnen inzake de grondexploitaties en de werkwijze inzake de verevening tussen de reserve grondzaken en de algemene dekkingsreserve.
Voorbereidende grondexploitatie: het proces van de definitiefase met als einddoel een voorstel tot openen van een grondexploitatie door de raad. Tijdens een voorbereidende grondexploitatie worden voornamelijk kosten gemaakt voor voorbereiding, toezicht en administratie (VTA).
Voorbereidingskrediet: een door de raad verstrekt krediet voor de te maken kosten voor voorbereiding, toezicht en administratie (VTA).
Voorziening negatieve resultaten plannen: voorziening ter dekking van actief verklaarde grondexploitaties met een negatief plansaldo.
Voorziening overige ruimtelijke projecten: voorziening opgesplitst in twee voorzieningen:
voorziening overige ruimtelijke projecten (voorbereidende grondexploitaties) ter dekking van (een deel van) de voorbereidingskosten bij gemeentelijke projecten waarbij een risico wordt voorzien dat deze die niet verhaalbaar zijn;
voorziening overige ruimtelijke projecten (projecten met ontwikkelaar) ter dekking van (een deel van) de gemeentelijke voorbereidingskosten in het kader van projecten met ontwikkelaars waarbij een risico wordt voorzien dat deze die niet verhaalbaar zijn.
VTA: zijn de apparaatskosten om het plan te kunnen maken en uitvoeren, de kosten voor voorbereiding, toezicht en administratie.
Wet ruimtelijke ordening (Wro): zoals in werking getreden op 1 juli 2008.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.