Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100% van de uitkeringsnorm gedurende:
Eén maand, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel b, f en g van de wet;
Twee maanden, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel a, c, d, e en h van de wet.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting
Onderdeel van Verordening maatregelen Pw, IOAW en IOAZ gemeente Son en Breugel 2020