Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Onderzoek

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Maasdriel 2020

Uitgangspunt bij ‘het gesprek’ is de eigen kracht van de cliënt om het probleem zelf of met steun van zijn omgeving op te lossen. Een cliënt dient een identificatiebewijs te tonen aan de consulent die het gesprek voert. De identiteit kan worden vastgesteld aan de hand van een paspoort, identiteitsbewijs of rijbewijs. Als een cliënt voor een persoonsgebonden budget wil kiezen, wordt door de consulent uitgelegd hoe de procedure voor een persoonsgebonden budget werkt. Cliënten moeten vooraf goed weten wat het persoonsgebonden budget inhoudt en welke verantwoordelijkheden zij of hun budgetbeheerder daarbij hebben. De gemeente mag voor het beschikken van een pgb de kwaliteit van de daarmee in te kopen ondersteuning toetsen. De kwaliteit moet voldoen aan de kwaliteit die geboden wordt bij gecontracteerde aanbieders. Geen toelichting. Geen toelichting. Voor de toepassing van artikel 3, zesde lid van de Verordening, bepaalt de consulent of het bij het beoordelen van de toegang tot de maatwerkvoorziening noodzakelijk is om een externe deskundige in te schakelen, bijvoorbeeld een medisch of bouwkundig adviseur. Een medisch advies ligt voor de hand als er sprake is van een progressief ziektebeeld en/of een medisch moeilijk te objectiveren aandoening of wanneer de voorziening mogelijk anti-revaliderend is. Daarnaast kan een advies zinvol zijn voor het in kaart brengen van de behandel- en ontwikkelingsmogelijkheden van de cliënt. Om tot een bepaling van de goedkoopst compenserende voorziening te komen kan een bouwkundig advies worden aangevraagd. De kosten van het advies komen voor rekening van de gemeente. Als het adviestraject niet binnen de wettelijke onderzoekstermijn van zes weken kan worden afgerond, kan deze termijn na overleg met de cliënt worden verlengd. Hetzelfde geldt voor een adviestraject dat is gestart nadat de cliënt de aanvraag heeft ingediend. Het onderzoeksverslag1Met de wettelijke term ‘het onderzoeksverslag’ wordt ‘het ondersteuningsplan’ bedoeld. moet een weergave zijn van: onderzoek van de gegevens die al binnen de gemeente bekend zijn; de uitkomsten van het gesprek; eventueel advies van een (medische-) adviesinstantie; afweging of en welke ondersteuning het meest passend is. Een onderzoeksverslag wordt naar de cliënt gezonden na afronding van het onderzoek. De cliënt heeft de mogelijkheid correcties en aanvullingen aan te brengen. Deze correcties en aanvullingen komen niet in de plaats van het oorspronkelijke onderzoeksverslag, maar worden hieraan toegevoegd. De cliënt tekent het onderzoeksverslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar binnen uiterlijk zeven werkdagen wordt geretourneerd aan de gemeente. Als de cliënt tekent voor gezien, kan hij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom hij niet akkoord is. Het getekende onderzoeksverslag wordt beschouwd als aanvraag. Mocht het onderzoeksverslag niet retour worden ontvangen, zijn er twee opties. In de situatie waarin tijdens het gesprek een oplossing is gevonden voor het probleem (bijv. algemene voorziening, doorverwijzing, voorliggende voorziening etc.), wordt er richting de cliënt geen verdere actie ondernomen. De melding wordt afgesloten. Voor alle overige situaties dient een rappelbrief verstuurd te worden, waarin de cliënt nog een laatste termijn krijgt om het onderzoeksverslag retour te sturen en zo een aanvraag in te dienen. Wanneer het getekende onderzoeksverslag niet binnen 6 weken wordt ingeleverd, wordt de melding afgesloten. Een aanvraag die na deze termijn van 6 weken wordt ingediend wordt gezien als een nieuwe melding. De cliënt kan aangeven dat hij het onderzoeksverslag niet wenst te ontvangen. Als hij binnen 6 weken toch een aanvraag wil indienen, kan het onderzoeksverslag alsnog worden toegestuurd en kan het verslag na ondertekening door de cliënt dienen als aanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel