Een boete bestraft een overtreding die in het verleden begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. Een boete kan gelijktijdig opgelegd worden met een aanwijzing, een last onder dwangsom of een exploitatieverbod.
Een boete is onvoorwaardelijk en moet altijd worden betaald. Het is, in tegenstelling tot de andere hierboven behandelde maatregelen, een punitieve (bestraffende) sanctie. De boete verschilt daarin van de dwangsom. Bij de dwangsom kan het betalen van het bedrag namelijk worden voorkomen door de overtreding tijdig te herstellen en hersteld te houden. Bij de boete is dat niet het geval.
Een boete kan door de gemeente Twenterand worden opgelegd bij:
Het overtreden van de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving, waarbij overtredingen van kwaliteitseisen met hoge prioriteit eerder bestraft worden.
Een boete kan ook worden opgelegd voor de volgende overtredingen, welke (ook) een overtreding zijn binnen andere wetgeving:
Overtreding van de artikelen 1.45 en 1.66 Wet kinderopvang. Dit is een misdrijf conform art. 1 lid 2 van de Wet op de Economische Delicten. Het College zal eerst aangifte hiervan doen bij het OM, indien het OM aangeeft niet te vervolgen of de bestraffing aan het College over te laten, kan het College een boete opleggen die maximaal gelijk is aan de boete zoals genoemd in de Wet op de Economische Delicten. In het afwegingsmodel is dit bedrag overgenomen.
Overtreding van artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht, dit is een strafbaar feit volgens artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Het college kan hiervoor een boete opleggen. Het boetebedrag voor deze overtreding komt overeen met het in het Wetboek van Strafrecht genoemde bedrag voor overtredingen van de tweede categorie. In het afwegingsmodel is dit bedrag overgenomen.
Hoogte van een boete en grootte van de organisatie
De Wet kinderopvang geeft de gemeente de bevoegdheid om voor een overtreding / het niet naleven van een kwaliteitseis uit de Wko een boete op te leggen van maximaal €45.000. Voor de hoogte van boetes zijn in het afwegingsmodel normbedragen opgesteld.
Deze normbedragen zijn qua hoogte afgestemd op de prioritering van de kwaliteitseisen. Een overtreding van een kwaliteitseis met hoge prioritering betekent dat er ook in algemene zin sprake is van een ernstige overtreding, terwijl er sprake is van minder ernstige overtredingen in geval van overtredingen van kwaliteitseisen met een lagere prioritering (gemiddeld, laag).
Per prioritering gelden de volgende maximale normbedragen:
Prioritering
Normbedrag boete
Hoog
Maximaal € 8.000,-
Gemiddeld
Maximaal € 3.000,-
Laag
Maximaal € 1.500,-
Proportionaliteit en een goede dosering zijn een belangrijk uitgangspunt bij handhaving. Gemeente Twenterand hanteert daarom - naast de prioritering van overtredingen - vier categorieën waar de boetebedragen op worden afgestemd:
Grote organisaties c.q. houders: een totale capaciteit van meer dan 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
Middelgrote organisaties c.q. houders: een totale capaciteit van 51 tot en met 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
Kleine organisaties c.q. houders: een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
Voorzieningen voor gastouderopvang.
Ad 1. Voor een grote organisatie geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsmodel handhaving (zie bijlage).
Ad 2. Voor een middelgrote organisatie is twee derde van het normbedrag de richtlijn.
Ad 3. Voor een kleine organisatie is dat één derde deel.
Ad 4. Voor voorzieningen voor gastouderopvang (zie afwegingsmodel gastouderbureaus en voorzieningen voor gastouderopvang) is dat 10% van het normbedrag. Dit geldt niét voor die voorwaarden in het afwegingsmodel waar enkel verwezen wordt naar wetsartikelen die gericht zijn op voorzieningen voor gastouderopvang (en niet ook gericht zijn op gastouderbureaus). Daar is de hoogte van de som al afgestemd op deze voorziening.
Bij de bepaling van de grootte van de organisatie is de registratie in het LRK op het moment van begaan van de overtreding het uitgangspunt. Hierbij wordt over gemeentegrenzen heen gekeken.
Na bepaling van de categorie en het bijbehorende normbedrag kan er een verlaging of verhoging van het bedrag van toepassing zijn, afhankelijk van de ernst van het feit, de verwijtbaarheid of de omstandigheden van het geval: de eventuele verzachtende of verzwarende omstandigheden.
Verzachtende en verzwarende omstandigheden
Verzachtende omstandigheden
De gemeente Twenterand verlaagt de op te leggen boete indien de omstandigheden hier aanleiding toe geven. Hiervan kan onder andere sprake zijn:
Bij het gedeeltelijk opvolgen van een aanwijzing
In bijzondere omstandigheden (waarin bij vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien) waarbij de belanghebbende aannemelijk maakt dat - èn naar oordeel van het college - op grond van:
de ernst van de overtreding;
de mate van verwijtbaarheid;
de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;
de omstandigheden waarin de overtreder verkeert,
boeteoplegging volgens deze beleidsregels onevenredig is.
Verzwarende omstandigheden
De gemeente Twenterand verhoogt de boete indien de omstandigheden hier aanleiding toe geven. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij:
Recidive (zie onder 4.3); de herhaalde overtreding op dezelfde locatie van de houder – waarvoor destijds een boete is opgelegd - wordt bestraft met een boete van resp. anderhalf (bij de eerste herhaling van de overtreding) en twee maal (bij de daarna volgende herhaalde overtredingen) het in het afwegingsoverzicht opgenomen boetebedrag.
Wanneer er meerdere overtredingen zijn waar een boete voor wordt opgelegd, worden de bedragen bij elkaar opgeteld tot één bedrag.
Als een boete per onderdeel is vastgesteld, is de som van deze bedragen nooit hoger dan het boetebedrag voor het in zijn geheel niet voldoen aan de kwaliteitseis. Wanneer bijvoorbeeld meerdere onderdelen van het pedagogisch plan ontbreken, kan de totale bestuurlijke boete nooit hoger worden dan het boetebedrag voor het totaal ontbreken van het pedagogisch beleidsplan.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3.6
De bestuurlijke boete (hierna: boete) (Art. 1.72, lid 1 Wko)
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Twenterand