Kenmerkende gebieden
Gebiedsgericht betekent maatwerk voor een specifieke situatie. De gemeente Albrandswaard maakt deel uit van de regio IJsselmonde. Dit gebied heeft vanuit zijn ontstaansgeschiedenis een eenduidige ruimtelijke opbouw met een duidelijke begrenzing. Binnen de regio IJsselmonde bestaat een duidelijke samenhangende karakteristiek en kwaliteit. Op basis van de samenhang tussen karakteristieken van (cultuur)historie, stedenbouw en architectuur zoals die in de bebouwing herkenbaar is, is voor Albrandswaard een gebiedstypologiekaart met te onderscheiden deelgebieden gemaakt. Deze deelgebieden worden behandeld in Deel B, hoofdstuk 5.
Om tot kenmerkende gebieden te komen, is een bepaalde methodiek gehanteerd om tot een logische indeling van gebiedstypen te komen. In het volgende schema is de wijze van kijken nader toegelicht.
Functioneel
Veel ruimtelijke vraagstukken hebben een directe relatie met de functie van bepaalde gebieden. Zo staan op bedrijventerreinen andere gebouwen dan in een woonwijk en speelt er in de centrumgebieden en linten een andere dynamiek dan in het buitengebied. In centrumgebieden zal veelvuldig een aanvraag tot het aanbrengen van winkelpuien ingediend worden, terwijl in het buitengebied de opgave eerder ligt in het aan en bijbouwen van of aan agrarische bedrijfsgebouwen. Een eerste hoofdindeling naar gebiedstypen is gemaakt naar de functionele verschijningsvorm van een gebied (laag 1 van volgend schema). De volgende hoofdgebiedstypen worden onderscheiden:
Centrumgebieden (H, W en Agebieden);
Gemengde gebieden (Hgebieden);
Woongebieden (W en Agebieden);
Werkgebieden en grootschalige publieke voorzieningen (Bgebieden);
Groengebieden en buitengebied (Ggebieden).
Ontstaanswijze
In de beleving van de gebouwde wereld wordt in de Nederlandse samenleving tegenwoordig veel waarde gehecht aan de cultuurhistorische betekenis, de relatie tussen de historie van de plek en zijn huidige verschijningsvorm (de ontstaanswijze). Daarom zijn bebouwde gebieden, waar de relatie met de cultuurhistorie nog in de bebouwing zichtbaar is, binnen de gemeente ingedeeld naar hun cultuurhistorische relatie: dijklinten en polderlinten (Hgebieden). Ook groengebieden kennen soms nog een duidelijke relatie met de cultuurhistorie, zoals het geval is bij het kasteel van Rhoon (G1gebied).
Gebieden die planmatig zijn aangelegd, zoals de naoorlogse woonwijken, planmatig aangelegde woongebieden (W en Agebieden), de reguliere bedrijventerreinen (B2 t/m B4) en sport en recreatiecomplexen (G2 t/m G5) kennen een minder duidelijke en minder directe relatie met de cultuurhistorie.
Ook de verschillende landschappen in het buitengebied kennen ieder hun eigen karakteristiek, ontstaan door een wisselwerking tussen mens en natuur. Het buitengebied van Albrandswaard is ingedeeld naar landschapstype (G6gebieden). Het landelijk gebied is daarom onderverdeeld naar de kenmerkende landschapseenheden: jonge zeekleipolder en buitendijkse gronden
Ruimtelijke verschijningsvorm
Binnen de hoofdindeling naar functionele verschijningsvorm en ontstaanswijze is een nader onderscheid gemaakt op basis van kenmerkende ruimtelijke verschijningsvormen. Bij de kernen is dit onderscheid gebaseerd op de specifieke structuur zoals dijklinten en polderlinten (H4.1 en H6.1gebieden), bij de linten op de mate van verdichting in de vorm van dorpslinten (Hx/1gebieden) en uitlopers/buurtschappen (Hx.2gebieden). De specifieke structuur is in de gemeente Albrandswaard voor de kernen Rhoon en Poortugaal niet hetzelfde. Daarom zijn de dorpskernen in de gebiedsbeschrijving apart beschreven en beoordeeld. Er gelden per dorpscentrum dan ook afzonderlijke gebiedsgerichte criteria. De losbijgevoegde kaart geeft de typologieën voor Albrandswaard weer.
Ook de planmatig ontwikkelde gemengde gebieden, woon en groengebieden, kennen een gedifferentieerde ruimtelijke verschijningsvorm. De woongebieden en gemengde gebieden zijn allereerst ingedeeld naar hoofdverschijningsvorm: seriematig (W1gebieden) of individueel (W2gebieden), en vervolgens naar stedenbouwkundige hoofdstromingen:
Vooroorlogse woongebieden en gemengde gebieden gesloten bouwblok, tuindorpen (W1.1gebieden);
Woongebieden en gemengde gebieden in stroken en blokverkaveling (W1.2gebieden);
Woonerven (W1.3gebieden);
Woongebieden en gemengde gebieden eind 20e eeuw (W1.4gebieden).
Werkgebieden en gebieden met grootschalige publieke voorzieningen zijn als volgt naar ruimtelijke verschijningsvorm ingedeeld:
Bedrijventerreinen (B3gebieden).
Voor groengebieden is de volgende indeling aangehouden:
Parken en begraafplaatsen (G2gebieden);
Sportterreinen (G3gebieden);
Grootschalige bebouwingscomplexen in het groen en instituten (G4gebieden);
Recreatieve havengebieden en overige (extensieve) recreatiegebieden (G5gebieden).
Architectuurkenmerken
Vanaf de periode 1870 – 1900 is de uitbreiding van de gebouwde omgeving vooral planmatig aangestuurd. Bij deze planmatige ontwikkelingen van woon en werkgebieden hebben kenmerkende stijloverwegingen in meer of mindere mate hun stempel gedrukt op de kwaliteit van de omgeving. Gebieden met een herkenbare samenhangende bouwstijl worden daarbij hoog gewaardeerd. In de eerste helft van de 20e eeuw zijn in Albrandswaard geen dusdanig sterke woningbouwensembles gerealiseerd in de traditionele stedenbouw van (gesloten) bouwblokken dat deze een aparte typologie of waardering behoeven.
In woongebieden die in kleine stappen zijn ontwikkeld en vaak ook in de meer recente woonwijken is de ontwikkeling meer overgelaten aan de markt. Individuele woonwensen en aversie tegen seriematig bouwen en het zoeken naar verscheidenheid, hebben geleid tot wijken met weinig samenhang tussen stedenbouw en architectuur (W1.x en W2gebieden).
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2.2
Gebiedsanalyse
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Albrandswaard houdende regels omtrent de Welstandsnota