Dakramen vallen vaak onder de vergunningsvrije bouwwerken (zie de restricties in de brochures van VROM). De volgende omschrijvingen, uitgangspunten en criteria kunnen, wanneer bouwvergunningsvrij, worden gezien als een aanbeveling die kunnen bijdragen aan een verzorgd gevelbeeld. De excessenregeling heeft voornamelijk betrekking op sterk contrasterend kleur en materiaalgebruik.
Omschrijving en uitgangspunten
Een dakraam is een raam aangebracht in het dakvlak, waarbij de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Dakramen zijn niet erg dominant in het straatbeeld, maar kunnen door verschil in grootte en plaatsing binnen één dakvlak toch storend zijn.
Dakramen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Het plaatsen van een dakraam mag dus niet ten koste gaan van de eenheid van het dakvlak. Bij meerdere dakramen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Daarbij moet de ruimte tussen het dakraam en goot of nok voldoende zijn. Ook de onderlinge afstand tussen verschillende dakramen moet voldoende zijn om het dakvlak als eenheid te respecteren.
Criteria voor dakramen
In veel gevallen zullen dakramen vergunningvrij zijn. In die gevallen waarbij dat niet het geval is geldt het navolgende. Een dakraam is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een dakraam niet aan onderstaande criteria of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de welstandscommissie om advies worden gevraagd.
algemeen:
wanneer uit de tabel op pagina 2 van dit hoofdstuk blijkt dat voor het gebiedstype waarin het bouwplan is gelegen gebiedsgerichte sneltoetscriteria opgesteld zijn, dan moet tevens daaraan getoetst worden. Deze gebiedsgerichte sneltoetscriteria zijn opgenomen bij het betreffende gebiedstype (hoofdstuk 5). Wanneer er sprake is van strijdigheid tussen de gebiedsgerichte sneltoetscriteria en deze algemene sneltoetscriteria zoals hierna beschreven, dan gaan de gebiedsgerichte sneltoetscriteria voor
plaatsing en aantal:
bij meerdere dakramen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus in beginsel niet boven elkaar gerangschikt
bij individuele woning/pand gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding voorgevel
minimaal 0.50 m. dakvlak boven, onder en ter weerszijden van het dakraam, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van het dakraam (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/voet van de dakkapel)
bij meerdere dakramen een tussenruimte van minimaal 0.50 m.
maximaal twee dakramen op voordakvlak en vier dakramen op achter en zijdakvlak tot in totaal maximaal 50% van het oppervlak van het betreffende dakvlak is bebouwd.
maatvoering:
oppervlakte maximaal 2.00 m2 per dakraam
bij meerdere dakramen identieke maatvoering aanhouden
vormgeving:
eenvoudige vormgeving, geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden kozijnprofilering
materiaal en kleur:
eenvoudig en bescheiden kleurgebruik, geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.10
Dakramen
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Albrandswaard houdende regels omtrent de Welstandsnota