In deze verordening wordt verstaan onder:
Bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is ter zake besluiten te nemen;
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg;
Doelgroep: huishoudens met een inkomen beneden de jaarlijks door het rijk vastgestelde grens;
Initiatiefnemer: een marktpartij die een initiatief tot woningbouw indient bij de gemeente;
Marktpartij: een vastgoedeigenaar die geen woningcorporatie als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet is;
Middeldure huurwoning: een zelfstandige woning met een huurprijs tussen de liberalisatiegrens en de jaarlijks op basis van de Consumenten Prijs Index te indexeren huurprijs van € 950 per maand (prijspeil 2020, Inkomensgrenzen- en prijsgrenzen 2020 Haaglanden Bestuurlijke Tafel);
Middeldure koopwoning: een zelfstandige woning met een koopprijs van € 180.000 tot € 310.000 (prijspeil 2020, Inkomensgrenzen- en prijsgrenzen 2020 Haaglanden Bestuurlijke Tafel) .
Plangebied: het gebied waarop het ingediende bouwplan betrekking heeft;
Rekenhuur: de huurprijs voor een sociale huurwoning die wordt berekend aan de hand van het woningwaarderingsstelsel voor huurwoningen in de sociale sector en wordt gemaximaliseerd op de jaarlijks vastgestelde liberalisatiegrens.
Sociale huurwoning: een zelfstandige woning die wordt verhuurd door een woningcorporatie met rekenhuur die niet hoger is dan de jaarlijks vastgestelde liberalisatiegrens;
Woningcorporatie: een woningcorporatie op grond van artikel 19 van de Woningwet die woningen bezit in Leidschendam-Voorburg;
Vereveningsfonds sociale woningbouw: een instrument tot stimulering van de sociale woningbouwopgave van de gemeente Leidschendam-Voorburg;
Zelfstandige woning: een woning die beschikt over een eigen toegang, keuken, badkamer en toilet;
Zorgwoning: een woning, waarin de bewoner zonder 7x24uurszorg niet zelfstandig kan wonen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2020