Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester
een openbare inrichting te exploiteren;
één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren, voor zover deze inrichting niet valt onder, vierde lid van dit artikel.
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren als:
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag (VOG) met betrekking tot de leidinggevende van de inrichting overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;
niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de leidinggevenden geldende eisen;
redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum; of
een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bunnik 2020