In dit beleid wordt verstaan onder:
harddrugs:
alle middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet;
softdrugs:
alle middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet;
handel in drugs:
het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn van een handelshoeveelheid hard- of softdrugs in een pand en/of de daarbij behorende erven;
handelshoeveelheid:
een hoeveelheid drugs die de “geringe hoeveelheid voor eigen gebruik” (zoals vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie) overtreft;
lokaal:
een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een winkel of horecabedrijf, of een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een loods, magazijn of bedrijfsruimte;
woning:
een pand met bijbehorende erven dat in hoofdzaak dient tot woning (zowel koop- als huurwoning). Het hebben van woongenot blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Onder woning kan bijvoorbeeld ook een boot, caravan of woonwagen worden verstaan.
Artikel 2.