Zoals gesteld in paragraaf 5, onder c is uitgangspunt dat bij een overtreding van de Opiumwet met toepassing van artikel 13b van deze wet wordt overgegaan tot toepassing van bestuursdwang. Dit leidt tot sluiting van het drugspand.
a. Zienswijzen / spoedeisende bestuursdwang
Ter voorbereiding van een besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt in beginsel het voornemen bekend gemaakt waartegen mondelinge of schriftelijke zienswijzen kunnen worden ingediend (artikel 4:8 en 4:9 Awb). Hiervan wordt afgezien indien de vereiste spoed zich daartegen verzet (artikel 4:11, onder a Awb).
b. Belangenafweging
Als de sluiting van een pand in beginsel noodzakelijk wordt geacht, dient vervolgens gekeken te worden of de sluiting ook evenredig is. Het kan zo zijn, met inachtneming van artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht, dat de gevolgen voor betrokkene(n) wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het doel van deze beleidsregel. Zaken die daarbij in ieder geval nadrukkelijk moeten worden meegewogen zijn de gevolgen van de sluiting en eventuele aanwezigheid van minderjarige kinderen.
Gevolgen sluiting
Hoewel persoonlijke verwijtbaarheid niet vereist is voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet, kan de verwijtbaarheid wel aan de orde komen in het kader van de evenredigheid. Zo wordt bijvoorbeeld van degene die een woning verhuurt verwacht dat hij zich tot zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt. Stelregel is in ieder geval dat de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid dermate ernstig is dat herstel daarvan als algemeen belang in ieder geval zwaarder weegt dan bijvoorbeeld een individueel financieel belang.
Minderjarigen
Ten slotte wordt in ieder geval de aanwezigheid van minderjarige kinderen meegewogen. Op zichzelf zal dit geen bijzondere omstandigheid zijn, maar tezamen met andere omstandigheden kan uit de belangenafweging volgen dat er geen gebruik gemaakt wordt van de bevoegdheid. Minderjarigen staan in principe onder het toezicht van hun ouders. Indien een woning wordt gesloten en daarbij sprake is van minderjarige bewoners of betrokkenen, wordt door de politie melding gedaan bij Bureau Jeugdzorg. Mocht een minderjarige op straat dreigen te komen, dan zal vanuit de gemeente voor deze minderjarige(n) onderdak worden geregeld. Benadrukt wordt dat in eerste instantie de ouders voor de opvang van minderjarigen verantwoordelijk zijn.
c. Begunstigingstermijn
In een last onder bestuursdwang moet, krachtens jurisprudentie, in de regel een begunstigingstermijn worden opgenomen. Begunstiging houdt in dat de overtreder de gelegenheid krijgt om zelf aan het bevel te voldoen. Daarmee wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld om bijvoorbeeld persoonlijke spullen, handelsvoorraad e.d. uit het pand te verwijderen. De sluiting van voor het publiek en niet voor het publiek opengestelde lokalen waarin drugshandel is geconstateerd, vindt in beginsel plaats met toepassing van spoedeisende bestuursdwang (artikel 5:24, lid 5 Awb). In het geval van drugshandel in lokalen wordt de openbare orde in zeer ernstige mate verstoord en is spoedeisende sluiting gerechtvaardigd.
De toepassing van spoedeisende bestuursdwang wordt vervolgens schriftelijk bekend gemaakt aan de overtreder (artikel 5:31 Awb).
d. Aanzegging tot kostenverhaal
In het besluit tot opleggen van een last onder bestuursdwang kan tegelijk een aanzegging tot kostenverhaal worden opgenomen in het geval het bestuursorgaan de last dient uit te voeren. Dit is het geval wanneer de last niet binnen de in het besluit aangegeven begunstigingstermijn geheel wordt uitgevoerd. De kosten van bestuursdwang kunnen op basis van het bepaalde in de Awb verhaald worden op de overtreder(s). Denk hierbij aan de kosten voor het vervangen van sloten, verzegeling, ontruiming en de ambtelijke uren voor uitvoering van de sluiting.
e. Bekendmaking en registratie van het besluit
Het besluit tot sluiting van een woning of een lokaal op grond van artikel 13b Opiumwet wordt geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB). Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperking betreffende de onroerende zaak bij. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit aangepast in het WKPB-register.
f. Effectuering van de sluiting
Wanneer overgegaan wordt tot sluiting, dan wordt het besluit bekend gemaakt aan de rechthebbende op de zaak (artikel 5:24, lid 3 Awb). De last houdt in dat het pand ontoegankelijk is en blijft gedurende de termijn van sluiting en dat een aankondiging van de sluiting duidelijk zichtbaar moet worden aangebracht op het betreffende pand.
Voor de sluiting wordt het gebouw en/of het erf door de toezichthouder, liefst in aanwezigheid van de eigenaar/verhuurder of huurder, bezocht en wordt van de opname een proces verbaal gemaakt waarbij de feitelijke situatie op dat moment wordt vastgelegd. Foto’s maken onderdeel uit van het proces-verbaal.
Veelal zal de sluiting door de feitelijke handeling van verzegeling (artikel 5:28 Awb) en/of het vervangen van sloten worden geëffectueerd. Hierdoor bestaat de garantie dat aan het besluit wordt voldaan.
Het doorbreken van het zegel is strafbaar op grond van artikel 199 Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is in artikel 2:80 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente IJsselstein 2016 het betreden van een gesloten pand, woning of erf strafbaar gesteld.
Na de sluitingstermijn wordt de woning of het lokaal en het bijbehorende erf weer vrijgegeven voor de eigenaar en/of bewoners. De overdracht vindt in principe plaats na een rondgang door het gebouw/het erf om over eventuele schade die is ontstaan tijdens de sluiting direct helderheid te hebben.
Soms is sluiting niet voldoende en zullen aanvullende maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid rond de gesloten woning of het lokaal te herstellen. Zo staat het optreden op grond van de Opiumwet het toepassen van andere college- of burgemeestersbevoegdheden, zoals het intrekken van een Drank- en Horecawetvergunning, niet in de weg. Daarnaast regelt de Wet Victor het natraject van onder andere een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De Wet Victor maakt het mogelijk om het beheer van een pand over te nemen (artikel 14 Woningwet) en daarna eventueel te onteigenen (artikel 77 Onteigeningswet). Het besluit tot beheer wordt genomen door of namens het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 7.