De regeling kan tussentijds worden gewijzigd als ten minste twee derde van de deelnemers daartoe besluit.
De deelnemers en het bestuur zijn bevoegd een wijziging van de regeling aan de deelnemers in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel.
Het bestuur zendt het voorstel aan de deelnemers.
In afwijking van de vorige leden kan een wijziging of intrekking van artikel 20, eerste lid, en een wijziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling.
Hoofdstuk 9
Artikel 28
Wijziging van de regeling
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit