Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Uitkomsten planMER

Onderdeel van Beleid grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen

Het realiseren van grootschalige zonne- en windparken is noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen te behalen en klimaatveranderingen terug te dringen. Dergelijke ontwikkelingen kunnen echter ook negatieve (milieu)gevolgen hebben. Bijvoorbeeld geluidshinder en vogelslachtoffers als gevolg van windturbines en bodemverschraling als gevolg van zonneparken. Om het milieubelang een volwaardige plaats te geven is een milieueffectrapport (MER) opgesteld om dergelijke milieueffecten in beeld te brengen. Dit is voor een beleid en toetsingskader niet verplicht, maar de Kempengemeenten vinden het belangrijk om goed inzicht te hebben in de milieueffecten, zodat zonne- en windparken op de meest geschikte locaties kunnen worden gepland. Het planMER is te benaderen via de gemeentelijke websites. De belangrijkste conclusies uit het MER die aanleiding geven tot keuzes in het beleids- en toetsingskader zijn hieronder samengevat. Zonne- en windenergie kunnen een significante bijdrage leveren aan de doelstelling van de Kempengemeenten om energieneutraal te worden. Er is in het planMER een voorkeursalternatief uitgewerkt voor zowel zonne- als windenergie op basis van de pijlers: milieu (uitkomsten planMER); draagvlak (participatieproces met inwoners, ondernemers en stakeholders) en politiek (Kempenbrede ambitie energieneutraliteit). De potentiële energieopbrengst van het voorkeursalternatief voor windenergie bedraagt ca. 2,8 PJ/jr en voor zonne-energie 2,9 PJ/jr. Uit het haalbaarheidsonderzoek bleek dat in de Kempen een potentie van 1,7 PJ/jr is voor zonne-energie op dak (mits alle daken gevuld worden). Voor het voorkeursalternatief geldt: Dat er een duidelijke voorkeur bestaat voor concentratie en clustering; Dat geen zonne- en windenergieprojecten ontwikkeld worden in bestaande natuurgebieden en bij voorkeur geen zonne- en windenergieprojecten worden ontwikkeld in nog te realiseren NNB; Voor windenergie worden drie voorkeursgebieden aangewezen als ontwikkellocaties (in het zuidwesten van de gemeente Oirschot, in het zuiden van de gemeenten Reusel-De Mierden en Bladel en in het zuidwesten van de gemeente Bergeijk); Voor windenergie geldt dat binnen de radarzone rondom Eindhoven Airport de bouwmogelijkheden aan een extra toets moeten worden onderworpen om inzicht te krijgen in radarverstoringen. Voor zonne-energie heeft de landschappelijke beoordeling duidelijk gemaakt dat met name de jonge zandontginningsgebieden en in mindere mate de oude zandontginningsgebieden geschikt zijn voor zonneparken. In jonge zandontginningsgebieden zijn grote zonneparken van 10 hectare of meer inpasbaar en in oude zandontginningsgebieden passen middelgrote zonneparken (2 t/m 10 hectare) beter bij de maat en schaal van het landschap. Voor zonne-energie wordt in het beleid en toetsingskader een zonneladder opgenomen, waarin een voorkeursvolgorde wordt aangegeven waar zonneparken mogen worden geplaatst. Het planMER geeft op hoofdlijnen inzicht in de milieueffecten van realisatie van zonne- en windparken in de Kempen. Bepaalde aspecten zijn nog niet (in detail) onderzocht. Daarom zal voor elk concreet initiatief nader onderzoek moeten worden uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel