Naar hoofdinhoud
1.. Als de eigenaar of houder van een hond, welke op grond van artikel 3 van dit uitvoeringsbesluit door het college is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met het aanlijn- en muilkorfgebod handelt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de houder of eigenaar gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond. 2.. Het college kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Awb: als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de eigenaar of houder hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond, of; bij (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een ernstig bijtincident. 3.. Bij het in het tweede lid, onder a en b, omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond geeft het college opdracht de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest, conform bepaald onder artikel 5 van dit uitvoeringsbesluit. 4.. Als uit de gedragstest, als bedoeld in het derde lid, blijkt dat de hond niet herplaatsbaar is bij een andere eigenaar of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, wordt door het college besloten deze hond te laten euthanaseren. Een bevoegde dierenarts euthanaseert de hond. 5.. De kosten van vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, gedragstest, eventuele overige noodzakelijke kosten na inbeslagname en eventueel de kosten voor het laten uitvoeren van euthanasie komen volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op hem/haar verhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel