Standplaatsen hebben belang voor de gemeente. Standplaatsen kunnen namelijk een positieve bijdrage aan de (detailhandels)structuur van de gemeente leveren. Allereerst kan het uitgeven van standplaatsen de leefbaarheid in (met name kleine) kernen verhogen. In een aantal kernen waar geen of nauwelijks aanbod is aan reguliere detailhandel (zoals bijvoorbeeld Wijbosch, Boerdonk en Boskant) kan uitgifte van een standplaats bijdragen aan een vergrote leefbaarheid. Daarnaast kan het uitgeven van een standplaats de bestaande detailhandelsstructuur versterken, door het aanbieden van goederen die niet of beperkt aangeboden worden door de bestaande winkels in een kern. Vaak is in kleinere buurten of dorpen waar onvoldoende draagvlak is voor een (bepaald type) winkel, een standplaats wel haalbaar. Tot slot kunnen standplaatsen een aantrekkende werking hebben, wat resulteert in een levendiger straatbeeld. Hier kan de bestaande detailhandelsstructuur van profiteren.
Tegelijkertijd kan een overaanbod aan standplaatsen ook negatieve gevolgen hebben voor een kern. Zo kan een standplaats concurreren met bestaande detailhandel of de weekmarkt, waardoor deze hun hoofd niet boven water kunnen houden. Daarnaast kan een standplaats de uitstraling van een kern verrommelen, als de uitstraling van de kraam niet verzorgd is.
Daarom is het van belang om goed na te denken over een gedegen standplaatsenbeleid, waarbij leefbaarheid van de kernen centraal staat. Tegelijkertijd is het vanuit ruimtelijk-economisch perspectief belangrijk om de juiste locaties te kiezen om standplaatsen mogelijk te maken. Allereerst is het van belang dat de locatie voldoende kansen biedt voor ondernemers om te functioneren en te investeren. Over het algemeen komt dit neer op een centrale ontmoetingsplaats in een kern. Daarnaast moet een locatie geen conflicten opleveren met het bestemmingsplan, het verkeer, bewoners en de reguliere ondernemers.
Vanuit leefbaarheid van de kernen is het wenselijk dat in iedere kern de mogelijkheid bestaat om minstens 2 standplaatsen per week mogelijk te maken. In grotere kernen kan dit aantal worden uitgebreid. Om de weekmarkt niet te bijten, is het niet wenselijk dat er daags voor of op de dag van de weekmarkt op dezelfde locatie ook standplaatsen worden uitgegeven. Overeenkomstig de weigeringsgronden in de APV is het van belang dat een redelijk verzorgingsniveau voor de consument niet in gevaar komt. Daarom is het van belang dat er in de kleine kernen maximaal één standplaats uit dezelfde branche plek in neemt en op de locaties waar vaker dan 2 keer per week standplaats ingenomen mag worden maximaal twee standplaatsen uit dezelfde branche plaats mogen nemen.
Ook wanneer een standplaats wordt ingenomen op particulier terrein is een vergunning van het college nodig (artikel 5.19 van de APV). Hiermee kunnen maatregelen worden genomen tegen iemand die zonder vergunning een standplaats inneemt maar ook tegen de eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats zonder vergunning toestaat.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.
Het belang van standplaatsen in Meierijstad
Onderdeel van Standplaatsenbeleid