een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten debebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
de oppervlakte niet meer dan 150 m.
4.1.1. Een bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een entree voor de feitelijke voorgevel van een woning, mits het profiel van de straat respectievelijk het straatbeeld dit toelaat en het bijbehorend bouwwerk voldoet aan de volgende kenmerken:
de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,25 meter dan wel maximaal 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw;
de afstand van de entree tot de voorzijde van het perceel moet tenminste 2,5 meter bedragen;
de maximale diepte van de entree bedraagt, wanneer het bijbehorend bouwwerk vanuit het oorspronkelijk ontwerp, bij een tussenwoning dan wel een hoekwoning van een rij, voor de woning is gesitueerd, maximaal 2,5 meter. In dat geval kan worden afgeweken om de ruimte tussen het bijbehorend bouwwerk en de woning op te vullen als entree.
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan bij een woning, gelegen op het achtererfgebied en/of niet-beschermd zijerf dat voldoet aan de volgende kenmerken:
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 70% van het bij het oorspronkelijk hoofgebouw behorende achtererfgebied en niet-beschermd zijerf met, voor zover gebouwd buiten het bouwvlak, een maximum van:
60 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 250 m²;
75 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte van 250 tot en met 500 m²;
135 m² voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 500 m².
Indien geen bouwvlak is aangegeven op de verbeelding, wordt met een bouwvlak gelijkgesteld de oorspronkelijke woning;
het bijbehorend bouwwerk wordt minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel(rooilijn) van het hoofdgebouw gebouwd of in geval van een carport tenminste 0,3 meter achter de voorgevel;
de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw, maximaal 4 meter en is niet hoger dan het hoofdgebouw;
de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw verminderd met 1 meter, waarbij de bouwhoogte minimaal 3,25 meter en maximaal 6,6 meter bedraagt;
de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 3;
de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw verminderd met 1 meter, waarbij de bouwhoogte minimaal 3,25 meter en maximaal 6 meter bedraagt;
binnen het bouwvlak is ondergronds bouwen toegestaan tot maximaal het oppervlakte van het hoofdgebouw, waarbij een maximale bouwdiepte van 3 meter is toegestaan.
Overige en/of bijzondere situaties worden per geval beoordeeld, waarbij alle belangen zorgvuldig worden afgewogen.
4.1.2. Een bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan bij woningen gelegen op het achtererfgebied en niet- beschermd zijerf dat voldoet aan de volgende kenmerken:
de gezamenlijk te bebouwen oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 50% van het bij het oorspronkelijk hoofgebouw behorende achtererfgebied en niet-beschermd zijerf bedragen met, voor zover gebouwd buiten het bouwvlak, een maximum van 135 m².
Indien geen bouwvlak is aangegeven op de verbeelding, wordt met een bouwvak gelijkgesteld de oorspronkelijke woning;
het bijbehorend bouwwerk wordt minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd of is in geval van een carport tenminste 0,3 meter achter de voorgevel gesitueerd;
de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw, maximaal 3 meter en is niet hoger dan het hoofdgebouw;
de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw verminderd met 1 meter, waarbij de bouwhoogte minimaal 3,25 meter en maximaal 6,6 meter bedraagt;
de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 3;
de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw verminderd met 1 meter, waarbij de bouwhoogte minimaal 3,25 meter en maximaal 6 meter bedraagt;
binnen het bouwvlak is ondergronds bouwen toegestaan tot maximaal het oppervlakte van het hoofdgebouw, waarbij een maximale bouwdiepte van 3 meter is toegestaan.
een schuilgelegenheid voor het hobbymatig houden van dieren dat voldoet aan de volgende kenmerken:
de schuilgelegenheid wordt op een aaneengesloten kavel van tenminste 2.500 m² opgericht;
het oppervlak van de schuilgelegenheid bedraagt maximaal 20 m²;
de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter;
de schuilgelegenheid mag aan maximaal 3 zijden worden omsloten door wanden en is niet voorzien van een deur;
de schuilgelegenheid wordt landschappelijk ingepast door gebruik te maken van een bij het landschap passend materiaal- en kleurgebruik;
er is maximaal 1 schuilgelegenheid per (bedrijfs)woning toegestaan;
de onderlinge afstand tot schuilgelegenheden bedraagt minimaal 25 meter;
de belangen van omliggende functies worden niet onevenredig geschaad en de afstand tot woningen van derden bedraagt minimaal 50 meter;
de schuilgelegenheid is niet toegestaan op gronden welke mede zijn bestemd voor "Waarde - Landschap";
er is uitsluitend binnenopslag in de vorm van voer en stro toegestaan.
Overige en/of bijzondere situaties worden per geval beoordeeld, waarbij alle belangen zorgvuldig worden afgewogen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1.