De in artikel 9 van de verordening opgenomen verplichtingen van de onderneming, vereniging en stichting worden als volgt nader uitgewerkt:
De verplichtingen van de partij aan wie Noodsteun wordt verstrekt, worden vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst.
De feitelijke verstrekking van de Noodsteun vindt pas plaats, indien voornoemde privaatrechtelijke overeenkomst is ondertekend door de partij die van de Noodsteun gebruik wil maken.
De partij aan wie Noodsteun is toegekend, dient ingevolge artikel 9 lid 1 onder a van de verordening een controleerbare administratie te voeren. Dit betekent dat de administratie wordt bijgehouden en inzichtelijk is en dat bijbehorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers worden bewaard, zodat deze gegevens – voor zover van belang in verband met de verstrekte Noodsteun - duidelijk en controleerbaar is voor de (accountant van de) gemeente en eventuele derden die in samenspraak met de partij worden betrokken bij de procedure.
Een partij die een beroep doet op Noodsteun en niet instemt of handelt in overeenstemming met het bepaalde in (artikel 9 van) de verordening en/of deze Nadere regels, kan door de gemeente worden uitgesloten van deelname aan de Noodsteun.
Voor zover al Noodsteun is toegekend, geldt dat bij handelen in strijd met het bepaalde in (artikel 9 van) de verordening en/of deze Nadere regels en/of de privaatrechtelijke overeenkomst, zal worden besloten om de verstrekte Noodsteun terug te vorderen.
Artikel 7