Naar hoofdinhoud
1.. De subsidiabele kosten op grond waarvan het subsidiebedrag wordt bepaald, zijn ten minste € 100.000,- en ten hoogste € 1.000.000,--. 2.. De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele restauratiekosten bij een restauratie waaraan geen verduurzamings- of maatschappelijke herbestemmingsopgave verbonden is, zoals boven gedefinieerd. 3.. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele restauratiekosten indien de eigenaar in combinatie met de restauratie van het gebouwde rijksmonument en zonder nadelige gevolgen voor het rijksmonument of zijn monumentale waarden werkzaamheden voor een substantiële verbetering aan de duurzaamheid van het gebouwde rijksmonument treft. 4.. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele restauratiekosten indien het een restauratie of herbestemming ten behoeve van een sociaal-maatschappelijke functie betreft. 5.. De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele restauratiekosten indien het een combinatie van een restauratie of herbestemming ten behoeve van een sociaal-maatschappelijke functie én werkzaamheden voor een substantiële verbetering van de duurzaamheid betreft. 6.. Gedeputeerde Staten kunnen op grond van inhoudelijke overwegingen besluiten een lagere subsidie toe te kennen dan het aangevraagde bedrag. 7.. Ingeval de subsidie conform het eerste lid meer bedraagt dan € 2.000.000,- zal de subsidie niet hoger zijn dan het verschil tussen de subsidiabele kosten en de exploitatie winst van de investering zoals bedoeld in artikel 2, sub 39 AGVV. De exploitatiewinst wordt in mindering gebracht op de in aanmerking komende kosten, met dien verstande dat de aanvrager over de betrokken periode een redelijke winst zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 142 AGVV mag behouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel