1. Het college verricht het heronderzoek, in die gevallen dat de heronderzoekstermijn niet in het Bbz is vastgelegd, binnen twaalf maanden:
a.na de ingangsdatum van de uitkering; of indien de uitkering met terugwerkende kracht
is toegekend,
b.na de aanvraagdatum van de uitkering;
c.na de datum waarop het besluit naar aanleiding van het laatst verrichte heronderzoek werd genomen; of indien tot een zodanig besluit geen aanleiding bestond;
d.na de datum waarop blijkens een daartoe strekkende aantekening in het dossier van belanghebbende het laatst verrichte heronderzoek werd afgesloten.
2. Het college kan voor categorieën van uitkeringsgerechtigden en voor te onderzoeken gegevens en omstandigheden termijnen vaststellen die afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn; de termijn bedraagt niet meer dan achttien maanden.
3. Het college neemt op basis van het beeindigingsonderzoek uiterlijk zes maanden na de laatste maand waarin betaling van de uitkering heeft plaatsgevonden een besluit, met betrekking tot de wederzijds tussen de gemeente en de belanghebbende resterende verplichtingen en de afwikkeling daarvan.
Artikel 6.
Onderzoek ter zake van uitkeringen en bedrijfskapitaal
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Bernheze