Voor het in behandeling nemen van een aangifte van een briefadres op grond van artikel 2.39, lid 3 van de wet moeten de volgende stukken worden overgelegd:
een schriftelijke verklaring van de briefadresgever dat hij stukken in ontvangst neemt en er zorg voor draagt dat de stukken de briefadreshouder bereiken;
kopie legitimatie briefadresgever;
een schriftelijke motivering van de aanvrager, waarom hij/zij een briefadres wil;
kopie legitimatiebewijs aanvrager;
checklist en vragenlijst van de aanvrager.
Voor het in behandeling nemen van een aangifte van een briefadres op grond van artikel 2.41, lid 1 van de wet moeten de volgende stukken worden overgelegd:
een schriftelijke motivering van de aanvrager, waarom hij/zij een briefadres wil;
kopie legitimatiebewijs aanvrager;
verklaring van de burgemeester dat het opnemen van het adres op de persoonslijst van betrokkene om veiligheidsredenen niet wenselijk is.