Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Drugs in handelshoeveelheid c.q. drugshandel in of vanuit woningen

Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Altena houdende regels omtrent artikel 13b Opiumwet (Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Altena)

De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een woning een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat/ die daarvoor ook mag worden gebruikt (woongenot). Indien drugs worden aangetroffen in een ruimte die als woning wordt gebruikt in strijd met het bestemmingsplan, zoals een recreatiewoning of een bedrijfspand, geldt dit als woning indien de bewoner op dat adres is ingeschreven in de BRP én er feitelijk woont én er (nog) geen (voor)aanschrijving is gedaan om deze illegale bewoning te beëindigen. Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Wat betreft het sluiten van woningen moet rekening worden gehouden met artikel 8 van het EVRM. Tekst artikel 8 EVRM: Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale vrijheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Uit artikel 8 EVRM volgt dat de toepassing van de bestuursdwang op basis van artikel 13b Opiumwet er niet toe mag leiden dat het recht op respect voor het privé leven, het familie- en gezinsleven en de woning onevenredig wordt aangetast. De in het algemeen belang nagestreefde doeleinden, voor zover die onder het bereik van het tweede lid van artikel 8 van het EVRM vallen, moeten worden afgewogen tegen de belangen als bedoeld in het eerste lid. Deze taak is op de eerste plaats aan de burgemeester. Gelet op deze afweging is voor de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs c.q. drugshandel in of vanuit woningen een afzonderlijke handhavingsmatrix vastgesteld waarin recht wordt gedaan aan hetgeen is bepaald aan artikel 8 van het EVRM. Zoals in de inleiding is aangegeven wordt in onderstaande matrix onderscheid gemaakt naar hard- en softdrugs.

Rechtspraak bij dit artikel