Onverminderd het bepaalde in de Wmo en in de verordening beëindigt het college het recht op een maatwerkvoorziening als:
a. cliënt verhuist naar een andere gemeente;
b. cliënt overlijdt;
c. er sprake is van fraude;
d. er naar oordeel van het college sprake is van onvoldoende doelmatigheid;
e. cliënt aangeeft dat zijn situatie is veranderd en het college vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;
f. cliënt een indicatie heeft in het kader van de Wet langdurige zorg, een 24-uursindicatie vanuit de Zorgverzekeringswet of als er sprake is van forensische zorg als bedoeld in de Wet forensische zorg én de verstrekking van een maatwerkvoorziening onder één van de genoemde wetten valt;
g. cliënt de hulp binnen 6 maanden na toekenning niet heeft aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt of langer dan 6 maanden niet heeft benut;
h. in geval van onterecht gebruik van ondersteuning na beëindiging van ondersteuning, kunnen eventuele kosten die hieruit voortvloeien op cliënt worden verhaald.
Het college beëindigt het recht op een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen indien cliënt verhuist naar een gemeente buiten de centrumgemeenteregio, tenzij de voorziening, op grond van de afspraken uit het convenant landelijke toegankelijkheid beschermd wonen en bijbehorende handreiking, tijdelijk door de centrumgemeente gefinancierd wordt.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.10
Beëindiging
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2020