Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.2

Vooronderzoek

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2020

Het college bepaalt de te hanteren woonplaats, met dien verstande dat: a. bij de start van jeugdhulp of een maatregel altijd een bepaling wordt gedaan van het woonplaatsbeginsel volgens de landelijke richtlijnen; b. in afwijking van de landelijke richtlijnen, bij een verhuizing binnen de jeugdregio Drenthe tijdens de al gestarte jeugdhulp of maatregel de woonplaats niet opnieuw wordt bepaald. Het college verzamelt alle voor het gesprek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. Wanneer het gaat om een aanvraag voor een verlenging van een indicatie, moet in ieder geval het evaluatie-verslag worden aangeleverd. In het evaluatieverslag wordt ingegaan op de volgende punten: Voortgang hoofd- en subresultaten: inzet eigen kracht, netwerk, algemene voorziening en individuele of maatwerkvoorziening. Wat waren de doelen, zijn ze bereikt? Transformatie: is er ingezet op eigen kracht, netwerk etc. De tevredenheid van alle betrokkenen. Integrale aanpak op leefgebieden. Integrale aanpak met andere organisaties in het maatschappelijke veld. Moet het resultatenplan bijgesteld worden en zo ja, waarom? De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het tweede en derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel