Dit resultaat wordt toegekend op grond van de Wmo. Het afwegingskader zoals vermeld in artikel 2.3.2 Wmo, en de verordening is van toepassing.
Beschermd wonen kan alleen worden ingezet wanneer uit onderzoek blijkt dat ambulante vormen van ondersteuning of Thuiswonen+ ontoereikend zijn en de inwoner tijdelijk behoefte heeft aan het volgende:
wonen in een accommodatie van een aanbieder, waarbij structuur, veiligheid en bescherming geboden wordt en overname op de eindverantwoordelijkheid van het wonen (huisvesting) noodzakelijk is;
24 uur per dag toezicht en nabijheid van de aanbieder, omdat de inwoner onvoldoende zelf regie kan voeren over het dagelijkse leven waardoor voortdurend begeleiding of overname van taken noodzakelijk is;
de inwoner ondersteuning nodig heeft bij de daginvulling;
de inwoner eventueel naast ondersteuning bij psychische problemen mogelijk verpleging of persoonlijke verzorging nodig heeft;
bij beschermd wonen staat behandeling niet meer op de voorgrond. Dit betekent dat er geen noodzaak (meer) is voor een combinatie van behandeling met verblijf. Indien ambulante behandeling nodig is, wordt dit geboden vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Een inwoner heeft alleen toegang indien er geen sprake is van voorliggende oplossingen vanuit:
Wmo op interventieniveaus 4 t/m 6, G1 en Thuiswonen+ op Interventieniveau 7 en G3 begeleid kamer wonen (voorheen Z1C) op interventieniveau 8;
Zvw: behandeling met wonen;
Wlz: indien behandeling met wonen vanuit de Zvw langer duurt dan drie jaar;
Wlz: 2020: verstandelijke (VG) of lichamelijke beperking (LG), vanaf 2021 ook psychische grondslag (GGZ).
Onder toezicht wordt verstaan dat een hulpverlener 24 uur per dag aanwezig is in het gebouw om indien nodig direct in te kunnen grijpen en ongevraagd hulp te bieden aan de inwoner. Het toezicht is nodig op zowel geplande als ongeplande momenten, waarbij de aanbieder het initiatief moet nemen.
Onder nabijheid wordt verstaan dat de hulpverlener altijd binnen 15 minuten aanwezig kan zijn op de woonlocatie. De inwoner heeft beperkt vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijkse voorkomende situaties, waardoor voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is op de resultaatgebieden zelfredzaamheid, gezondheid, meedoen en veiligheid. De inwoner kan (nog) niet zelf beoordelen of voldoende aangeven welke ondersteuning hij/zij nodig heeft. Ondersteuning is nodig op zowel geplande als ongeplande momenten, waarbij de aanbieder grotendeels het initiatief moet nemen. Kortdurende afwezigheid van toezicht gebeurt alleen op inschatting van de aanbieder omdat inwoner hier onvoldoende regie op kan voeren.
Voor de toegang tot beschermd wonen is het noodzakelijk dat er actuele diagnostiek aanwezig is waaruit de psychische stoornis blijkt. Deze diagnose dient te zijn gesteld door een deskundige op dit gebied (klinisch/GZ psycholoog, psychiater, specialist GGZ). Actueel betekent: passend bij het huidig beeld en functioneren van de inwoner. Een actueel behandelplan en/of ondersteuningsplan is noodzakelijk waaruit dit beeld en functioneren blijkt.
De opdrachtnemer zoekt naar een optimale balans tussen de inzet van professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers. De aanbieders zetten voldoende gekwalificeerd personeel in om inwoners te begeleiden en te ondersteunen, passend bij de complexiteit en aard van de problematiek van de inwoner. Daaronder wordt verstaan: een mix van functionarissen met een combinatie van opleidingsniveau en –richting en opgedane (werk)ervaring. Hierbij stellen we de volgende eisen:
Minimaal één van de direct bij de cliënt betrokken hulpverleners beschikt over een relevante afgeronde Hbo-opleiding, waaronder: sociale studies, sociaalpedagogische hulpverlener, sociaalpsychiatrische verpleegkundige, Hbo-Verpleegkundige, relevante In Service-opleiding, Maatschappelijk werker, Social Work, naast relevante werkervaring met deze doelgroep;
Mbo-geschoold personeel wordt ingezet onder directe aansturing en verantwoordelijkheid van een voldoende gekwalificeerde Hbo-er. De Mbo-opgeleide medewerkers dienen minimaal Mbo-niveau 2 of 3 met succes te hebben afgerond in een studierichting die relevant is voor de begeleiding aan deze specifieke doelgroep.
Opleiding en (meerjarige) relevante werkervaring van de medewerker is passend bij het competentieprofiel voor deze sector/beroepsgroep zoals is vastgelegd in het kader van de certificering;
Opgeleide c.q. getrainde ervaringsdeskundigen worden inzet onder verantwoordelijkheid en aansturing van de direct bij de cliënt betrokken opgeleide werknemer, waarbij de begeleiding slechts ten dele bij deervaringsdeskundige kan worden neergelegd;
Stagiaires worden als boventallig beschouwd en altijd aanvullend ingezet naastde bestaande inzet van gekwalificeerd personeel. De stagiaire werkt onderaansturing en verantwoordelijkheid van de direct bij de cliënt betrokkenopgeleide zorgverlener. De werkzaamheden van de stagiaire zijn gericht op deeigen leerdoelen;
Vrijwilligers, onder wie mede begrepen een persoon actief in het kader vaneen (gesubsidieerde) werkervaringsplaats, worden louter inzet opondersteunende taken in de begeleiding aan cliënten. De vrijwilliger werktonder aansturing en verantwoordelijkheid van de direct bij de cliënt betrokkenopgeleide zorgverlener. De totale begeleiding kan niet uitsluitend ofoverwegend bij deze vrijwilligers worden neergelegd. Indien de vrijwilliger bevoegd is om met de doelgroep te werken (voldoet aan de opleidingseis), kan de vrijwilliger kortdurend (ter overbrugging) ook boventallig ingezet worden op begeleidingstaken.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.3 V2
Artikel 3.3.3
Afwegingskader
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2020